Meer grip op ruwvoermanagement met precisiebemesting

Melkveehouders kunnen meer grip krijgen op het ruwvoermanagement door het gebruik van precisiebemesting. DLV Advies, melkveehouders en loonwerkers werken in verschillende projecten samen om te ontdekken wat de beste manier is om precisiebemesting op grasland toe te passen. 

Gewasopbrengst en kwaliteit variëren vaak sterk per perceel en ook binnen een perceel, bijvoorbeeld door de variatie in bodemvruchtbaarheid en bodemvocht. Via een Verisscan kan met sensoren de zuurgraad, het organische stofpercentage en de geleidbaarheid van de bodem worden vastgelegd in een bodemkaart die de loonwerker kan inlezen op zijn machines. De bodemkaarten zijn een goede basis voor plaatsspecifieke bemesting. 


Door met een NIRS-sensor de stikstofgehaltes in de drijfmest te analyseren tijdens het toedienen, kan plaatsspecifiek gedoseerd worden. Als de informatie van de bodemmonsters gecombineerd wordt met informatie van drone- of satellietbeelden over de biomassa ontstaat een goed inzicht in de hoeveelheid grasopbrengst en daarmee in de bijbemesting. In combinatie met GPS en bodemkartering kan er precies gewerkt worden.


Bodemkaarten, gewasscans, opbrengstkaarten kunnen worden ingezet om variaties binnen één perceel in beeld te brengen. Dit biedt de mogelijkheid oorzaken op te sporen, op te lossen en mestgiften te optimaliseren voor een egaler gewas. Daarbij kan dan gekozen worden om mindere plekken meer te bemesten of om de betere plekken minder te bemesten.


Hoe groter de variatie in een perceel, des te groter het rendement dat te behalen valt met precisielandbouw. Het belangrijkste is een juiste interpretatie van de data om een echte besparing op meststoffen te behalen door een betere benutting van nutriënten. 

Bron: DLV Advies, 23/02/2021
Publicatie: 23-02-2021