Boerderij van de toekomst: Gras en gerst voor mest
De Boerderij van de toekomst in Flevoland heeft een kringloop met een melkveehouder zonder eigen grond. Het idee is dat de goede akkerbouwgrond in Flevoland maximaal wordt gebruikt voor het telen van voedsel, en niet voor de veevoederteelt.
In het ontwerp van Boerderij van de Toekomst is een kringloopconcept uitgewerkt vanuit een akkerbouw situatie op kleigrond. Echter, een bouwplan met uitsluitend voedselgewassen als aardappelen, uien en peen zorgt op termijn voor tal van bodemziektes, en dat vraagt om een vruchtwisseling met andere gewassen. Deze 'rustgewassen', gras, granen en eiwitgewassen zijn niet altijd geschikt voor menselijke consumptie, en kunnen dus gevoerd worden aan dieren.
Ook ontstaan in de verwerking van voedselgewassen bepaalde reststromen, bijvoorbeeld bietenpulp of reststromen van fritesaardappelen en brouwgerst; deze zijn heel geschikt voor de veehouderij. In ruil daarvoor vraagt de Boerderij van de Toekomst mest terug.
De Boerderij van de Toekomst heeft voor de samenwerking een melkveehouder in de buurt gezocht, eenvoudigweg omdat een koe minder kieskeurig is dan een varken of een kip in wat hij kan verteren. Voor deelstromen zou natuurlijk een andere afweging beter kunnen zijn. Voorwaarde voor de samenwerking was dat het veebedrijf afhankelijk is van voeraankoop van buiten én van mestafzet bij andere bedrijven.
Het bedrijf van melkveehouder Jan Willem Elsenga is grondloos. Hij kocht de stal en gebouwen, maar de grond was al verkocht. Elsenga: “Grondloos is zeker niet standaard, maar het past goed hier in de polder. De kleigrond in de polder is niet zo geschikt om koeien te weiden. Bij nat weer zouden de koeien veel gras kapot trappen. Gras past wel weer uitstekend in het bouwplan van de akkerbouw net als onze mest die efficiënt kan worden ingezet.” Het grondloze bedrijf van Jan Willem Elsenga wordt in de samenwerking met Boerderij van de Toekomst dus grondgebonden gemaakt.
Overigens: volgens Elsenga is grootste uitdaging in het kringloopontwerp dat de meeste nutriënten worden afgevoerd via voedsel, en die komen nergens terug op het land.
Ook ontstaan in de verwerking van voedselgewassen bepaalde reststromen, bijvoorbeeld bietenpulp of reststromen van fritesaardappelen en brouwgerst; deze zijn heel geschikt voor de veehouderij. In ruil daarvoor vraagt de Boerderij van de Toekomst mest terug.
De Boerderij van de Toekomst heeft voor de samenwerking een melkveehouder in de buurt gezocht, eenvoudigweg omdat een koe minder kieskeurig is dan een varken of een kip in wat hij kan verteren. Voor deelstromen zou natuurlijk een andere afweging beter kunnen zijn. Voorwaarde voor de samenwerking was dat het veebedrijf afhankelijk is van voeraankoop van buiten én van mestafzet bij andere bedrijven.
Het bedrijf van melkveehouder Jan Willem Elsenga is grondloos. Hij kocht de stal en gebouwen, maar de grond was al verkocht. Elsenga: “Grondloos is zeker niet standaard, maar het past goed hier in de polder. De kleigrond in de polder is niet zo geschikt om koeien te weiden. Bij nat weer zouden de koeien veel gras kapot trappen. Gras past wel weer uitstekend in het bouwplan van de akkerbouw net als onze mest die efficiënt kan worden ingezet.” Het grondloze bedrijf van Jan Willem Elsenga wordt in de samenwerking met Boerderij van de Toekomst dus grondgebonden gemaakt.
Overigens: volgens Elsenga is grootste uitdaging in het kringloopontwerp dat de meeste nutriënten worden afgevoerd via voedsel, en die komen nergens terug op het land.

Auteur: Jan Roefs
Bron: Boerderij van de Toekomst
Publicatie: 12-02-2021