Plan van aanpak mestfraude: Samen werken aan een eerlijke keten
Het plan hanteert de volgende uitgangspunten:
- De sector kent heel veel integere, bonafide ondernemers, maar er vindt ook (te veel) fraude plaats, en dat is ongewenst en moet worden bestreden.
- De fraude leidt onder andere tot milieuschade, een slecht imago, oneerlijke concurrentie en langere termijn risico’s op schade op afzetmarkten en/of schade in termen van de ‘license to produce’ van de gehele agrarische sector.
- De sector heeft te lang gekeken naar de rol van de overheid in regelgeving, controle en handhaving, en zelf te veel stil gezeten.
- Mestfraudeurs zitten in de hele mestketen: veehouders, leveranciers, vervoerders, behandelaars, verwerkers, exporteurs en grondgebruikers in zowel veehouderij als akker- en tuinbouw.
- In dit plan werken CUMELA , LTO, TLN, POV en Rabobank samen. Het is de bedoeling dat andere schakels in de keten dit plan onderschrijven en aansluiten.
- Het aanpakken van fraude is een samenspel tussen sector en overheid. Dit was overigens al in gang gezet.
- Fraudeurs (bedrijven of personen die in strafrechtelijke zin zijn veroordeeld voor fraude) worden door betrokken partijen geroyeerd of uitgesloten. Banken hebben hiervoor hun eigen procedures.
- De sector heeft (in strafrechtelijke zin) geen instrumenten om fraude op te sporen of aan te pakken, dat is de taak en bevoegdheid van de overheid. In het voorliggende plan van aanpak gaat het daarom vooral om het aanpassen van houding en gedrag van alle bedrijven in de mestketen, het elkaar daarop aanspreken en natuurlijk de private borging van mineralenstromen op bedrijven.
Dit plan kent twaalf concrete actiepunten, onderverdeeld in vier thema’s:
Eerste lijn: Verandering houding, cultuur en gedrag
1. Cultuuromslag van ‘fraude mag’ naar ‘fraude is fout!’
2. Opstellen en implementeren integriteitsverklaring (branche-) organisaties. Deze brancheorganisaties zullen interne regels opstellen hoe ze met fraude (-signalen) omgaan en daar naar handelen/sanctioneren.
3. Uitwerken gedragscode voor ondernemers. Deze gedragscode is een voorloper van een private ketenborging
4. Kennis delen, door aandacht voor wet- en regelgeving en effecten van mestfraude in agrarisch onderwijs, via netwerken en voor bijvoorbeeld accountants en adviseurs.
Tweede lijn – Private borging in de keten
5. Ondernemer in Control: Mestscan, Ondernemerscoach, Kringloopwijzer, benchmarken
6. Transparantie mineralenadministratie: zichtbaar maken van mineralenstromen en -problematiek op veehouderijbedrijven.
7. Publiceren van een lijst met bandbreedtes van mestsoorten. Doelstelling is het voorkomen dat ondernemers niet op de hoogte zijn van wat normaal is en ze zich kunnen verschuilen achter ‘onwetendheid’.
8. Opzet systeem private borging. Dit is inmiddels uitgewerkt in keurmest.
Derde lijn – Ondersteuning door techniek
9. Gegevenscheck. Doelstelling: Voorkomen dat niet-realistische data gebruikt kunnen worden voor mestverantwoording mineralenstromen richting overheid.
Hoe: Bedrijfsmanagementsoftware zodanig inrichten dat niet-realistische data niet ingevoerd kan worden. Er wordt gewerkt met een zgn. RED FLAG systeem.
10. Vergaande digitalisering mestinformatie. Doelen zijn het voorkomen van handmatige manipulatie van gegevens en snel inzicht in vervoersstromen krijgen. Te denken valt aan elektronische mestbonnen mestbonnen en/of vrachtbrieven).
Vierde lijn – Samenwerken
11. Samenwerkingen in een totaalvisie Mestketen. Het monitoren van maatregelen en zoeken van (werkbare, eenvoudige) oplossingen in de praktijk (via NCM).
12. Samenwerken in mestverwerking. Veehouders in deelcollectieven faciliteren in mestverwerkingsketens.
Het artikel in NRC Handelsblad is te vinden via deze link.
Het plan van aanpak en de reactie van de minister middels een kamerbrief zijn bijgevoegd. In deze brief spreekt de minister haar waardering uit over de voortvarendheid van de sector, bevestigt ze dat de beste fraudebestrijding een samenspel is tussen overheid en bedrijfsleven, en geeft ze aan dat verdere uitwerking, in samenspraak met o.a. de NVWA, bepaalt hoe effectief het plan zal worden.