Ook in de Zuidoostelijke akkerbouw zou de nitraatrichtlijn haalbaar kunnen zijn

Op Proefboerderij Vredepeel wordt al langdurig bodem- en bemestingsonderzoek uitgevoerd. Resultaten uit 2018 en 2019 zijn bemoedigend: goede gewasopbrengsten gingen daar samen met lage nitraatuitspoeling, onder de norm van 50 mg per liter. Een scherpe bemesting met weinig verliezen en vooral het telen van goede groenbemesters in het najaar lijken belangrijke factoren te zijn.

Systeemonderzoek
Op proefboerderij Vredepeel (van Wageningen UR) worden in het project ‘Bodemkwaliteit op Zand’ de effecten van de aanvoer van organische stof onderzocht. Sinds 2005 zijn er twee systemen: één systeem met een gebruikelijke organische stofaanvoer met drijfmest (‘STANDAARD) en één systeem met een lage organische stofaanvoer (‘LAAG’). Hier wordt eigenlijk alleen met kunstmest bemest. De proef wordt uitgevoerd in een akkerbouw-groentevruchtwisseling met aardappelen, zomergerst, suikerbieten, conservenerwten, prei en snijmaïs. Na vier van de zes teelten wordt een groenbemester geteeld. Een belangrijk onderdeel van het project is om uit te zoeken hoe organische stofaanvoer van invloed is op de nitraatuitspoeling.

Eerder was er ook een derde vergelijking: ‘HOOG’. Deze werd echter op biologische wijze geteeld. Omdat hierdoor verschillende variabelen door elkaar lopen (niet alleen de organische stofaanvoer maar ook andere teeltmaatregelen zijn anders) is het niet mogelijk om zuiver de effecten van het bodembeheer in te schatten. Daarom worden de resultaten hiervan sinds een aantal jaren niet meer meegenomen. In het systeem ‘HOOG’ werden overigens verreweg de laagste nitraatgehaltes gemeten, onder de norm van 50 mg/l.

Het onderzoek is onderdeel van de PPS Beter Bodembeheer.


Vergelijking met de praktijk
Volgens de metingen van het RIVM (LMM) is de nitraatuitspoeling op akkerbouwbedrijven in het zuidelijk zandgebied met 65 mg nitraat per liter nog steeds te hoog. Ruim 60% van de akkerbouwbedrijven in het zuidelijk zandgebied voldoet niet aan de nitraatnorm van 50 mg nitraat per liter. In deze systeemproef, die sterk lijkt op de gangbare landbouwpraktijk, wordt de doelstelling wel gehaald, althans in 2018 en 2019.  De resultaten laten niet duidelijk zien of er verschillen zijn tussen het systeem STANDAARD en het systeem  LAAG.

Stikstofconcentraties in het bovenste grondwater (mg NO3-/l) per systeem per jaar gemiddeld over 4 meetmomenten in het winterseizoen. De rode lijn geeft de EU-nitraatnorm van 50 mg/l weer. Bij systeem ‘STANDAARD’ wordt een gemiddelde aanvoer van 2000 kg effectieve organische stof per hectare nagestreefd, onder andere door een bemesting met drijfmest. Bij systeem ‘LAAG’ wordt geen organische stof aangevoerd via dierlijke mest.

Voor een verklaring van deze lagere nitraatgehaltes vinden de onderzoekers twee duidelijke factoren:

  • De aanvoer van stikstof lag in de periode 2017-2019 zo’n 12% lager dan in de 3 jaar ervoor. Toch waren de gewasopbrengsten hoger, o.a. omdat men adequaat kon beregenen. De stikstofverliezen (verschil tussen aanvoer en afvoer) zijn dan uiteraard lager. Er was dus gewoon minder stikstof aanwezig, aan het begin van het ‘uitspoelingsseizoen’.
  • Bovendien zag men de laatste jaren een betere ontwikkeling van groenbemesters, waardoor de N-opname met 30% toenam. Uit een andere proef bleek dat het telen van vanggewassen na aardappel en mais leidt tot een reductie van het nitraatgehalte in het bovenste grondwater van maar liefst 20 à 40 mg/l.

Dit verklaart overigens niet alles. Zo is het lagere stikstofoverschot (kg N per hectare) minder hard gedaald dan het nitraatgehalte. Dit is een aanwijzing dat de omzetting van organische stikstof en ammonium naar nitraat, of denitrificatie van nitraat naar N2 anders verlopen is. Ook is de vraag of de hogere gewasopbrengsten blijvend zijn, bij de lagere bemestingsniveaus.
Kortom, een daling in de nitraatconcentratie van het bovenste grondwater is ten dele te danken aan bedrijfsvoering, zoals de teelt van groenbemesters. Maar deels ook aan andere factoren die niet helemaal duidelijk zijn. Daarnaast mogen op basis van twee jaar niet te snel conclusies worden getrokken.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Harry Verstegen van proefboerderij Vredepeel. Zijn gegevens vindt u via deze link.

Auteur: Jan Roefs
Bron: PPS Beter Bodembeheer
Publicatie: 29-01-2021