Ketenpartijen passen normen voor fosfor in melkveevoeders aan

De fosfornormen voor melkveemengvoeders worden aangepast zodat die weer op het niveau komen van vóór de aanscherping in 2017. Met ingang van komend jaar komt de fosfornorm te liggen op 4,5 gram per kilo en gaat de maximale ratio tussen fosfor en ruw eiwit naar 2,3.
LTO, NZO, VLB en Nevedi werken sinds 2011 samen aan een optimale benutting van mineralen op melkveebedrijven via de KringloopWijzer. Ze leggen daarvoor jaarlijks afspraken vast in een overeenkomst. De fosfor normen zijn in 2017 aangescherpt om er voor te zorgen dat de fosfaatproductie in de veehouderij onder het fosfaatplafond kwam, dat de Europese Commissie als voorwaarde aan de derogatie stelt.

Het melkveefosfaatplafond van 84,9 miljoen kilo fosfaat wordt sinds 2018 niet meer overschreden, mede vanwege de verlaagde fosfornormen voor melkveemengvoer. Uit data van Eurofins blijkt dat de fosforgehaltes in graskuil in afgelopen jaren sterk zijn gedaald. Die trend zet dit jaar door. In de eerste helft van 2020 zijn de gehaltes erg laag, blijkt uit de meest recente gegevens.

Die trend in het fosforgehalte in het ruwvoer, gecombineerd met de beperking op fosfor in de mengvoeders, maakt dat de veiligheidsmarge voor fosfor in melkveerantsoenen in afgelopen jaren kleiner is geworden. Dat kan resulteren in een tekort in het rantsoen. Dat is voor de ketenpartijen aanleiding om de fosfornormen aan te passen.

Per 1 januari 2021 wordt de fosfornorm naar boven aangepast tot 4,5 gram per kilo en gaat de maximale ratio tussen fosfor en ruw eiwit naar 2,3. Dit is een norm die geldt per diervoerbedrijf over het hele assortiment melkveemengvoer. De fosfaatexcretie blijft ook met de aanpassing ruimschoots onder het fosfaatplafond.
Bron: LTO Nederland, 14/01/2021
Publicatie: 14-01-2021