Mestverwerkingsbedrijf Houbraken vecht last onder dwangsom aan bij Raad van State

Transport- en mestverwerkingsbedrijf Houbraken uit Bergeijk vecht bij de Raad van State een last onder dwangsom aan die de provincie Noord-Brabant in 2016 aan het bedrijf heeft opgelegd. Toen stelde de provincie vast dat het bedrijf veel meer varkensmest verwerkte dan de 25.000 ton per jaar die op grond van de vergunning was toegestaan. De provincie bepaalde via een last onder dwangsom dat Houbraken een boete krijgt opgelegd van 30 euro voor elke ton mest die er meer wordt verwerkt dan mag. Houbraken hield zich tot dusver aan het besluit, maar wil er van af. Maandag 21 januari diende een hoger beroep bij de Raad van State.
Houbraken wil een vergunning om jaarlijks 125.000 ton, maar liever nog 200.000 ton varkensmest te kunnen verwerken op de bedrijfslocatie in Bergeijk. Daarvoor werd 1,5 jaar geleden al een vergunning bij de provincie ingediend, stede de advocaat van het bedrijf. De provincie Noord-Brabant wil de vergunning niet verlenen. De provincie vindt het ook terecht dat een dwangsom werd opgelegd, omdat de bestaande vergunning werd overtreden. Houbraken distribueert en verwerkt drijfmest. Het bedrijf wil een nieuwe installatie drijfmest vergisten en de dikke fractie uit het digestaat verwerken tot biochar. Dit laatst product is veel hoogwaardiger dan de dikke fractie die nu uit mest wordt gehaald en verkocht, vertelde een woordvoerder van het bedrijf. "Voor dikke fractie wordt 40 euro per ton betaald. Biochar kost meer dan 200 euro per ton." Het water dat vrij komt bij de verwerking wil Houbraken na zuivering lozen. De Raad van State doet over enkele weken uitspraak in de zaak.
Bron: Eindhovens Dagblad, 21/01/2019
Publicatie: 22-01-2019