Opinie: Mestfabrieken zijn een zegen
In de reactie stelt Van Noort dat zowel ondernemers als overheden de zorgen vanuit burgers wel degelijk serieus nemen, en dat dit ook blijkt uit de strikte voorwaarden voor initiatieven (o.a. het 'potdicht-principe') Verder benoemt hij waarom er juist wel moet worden ingezet op mestverwerking, en waarom o.a. de EU en de nationale overheid deze ontwikkeling stimuleren.
Deze brieven en de betreffende enquête komen op het moment dat men in Noord-Brabant werkt aan een plan-MER, waar gezocht wordt naar de meest geschikte locaties voor mestverwerking. In dit traject hebben belanghebbenden, inclusief ZLTO en BMF, in gelijke mate inspraak.
De betreffende opinie:
Mestfabrieken zijn een zegen
Alleen het woord al roept heftige reacties en intens debat op: mestfabriek. Maar toch… wie voorbij de emoties durft te kijken, moet constateren dat mestfabrieken heel belangrijk zijn: voor hergebruik van grondstoffen, groene energie, minder kunstmest, een koolstofrijke bodem, gezond voedsel, fijn groen en export. Natuurlijk moeten alle technieken ingezet worden om geuroverlast tot een absoluut minimum te beperken. De locatiekeuze moet het resultaat zijn van een heel zorgvuldig selectieproces, juist vanwege dat grote maatschappelijke belang.
Daarom vind ik het zo jammer dat BMF-directeur Femke Dingemans in het Eindhovens Dagblad van 19 november net doet of andere partijen, waaronder boeren, hier geen oog voor hebben. Ze roept zo onnodig op tot polarisatie, terwijl het gesprek moet gaan over het verduurzamen van de landbouw en het hergebruik van grondstoffen. Dat is een verantwoordelijkheid van alle betrokken partijen.
Waarom zijn mest en -verwerking eigenlijk zo belangrijk? Mest is nodig voor planten- gewassengroei en bodemonderhoud. Het vormt de schakel die de plantaardige en dierlijke sectoren met elkaar verbindt in de kringloop van voedingsstoffen en koolstof. Simpel gezegd: geen mest, geen voedsel.
Geen enkel proces is 100% effectief; altijd is er verlies. Uit de zoninstraling kunnen zonnecellen bijvoorbeeld slechts 10% tot 25% (rendement) van de energie opvangen en omzetten in elektriciteit. Dat geldt ook voor het bemesten van gewassen. Daar treedt ook verlies op.
Een boer die zijn land bemest doet er alles aan om die verliezen zo klein mogelijk te maken: dat is beter voor bodem, gewas… en omgeving. Bewerking helpt daarbij om mest van veehouderijbedrijven beter geschikt te maken voor bemesting. Want, minder verlies betekent meer voedingstoffen in gewassen en minder in de sloot.
Appeltje eitje, zou je zeggen, open armen: kom maar op met die mestfabrieken. De praktijk is natuurlijk een stuk weerbarstiger. Dan zijn emoties en het NIMBY-effect: ‘OK dat ze komen, maar niet in mijn achtertuin’. Aan dat gevoel appelleert BMF. Eerlijk gezegd begrijp ik die houding wel een beetje.
Daarom heeft de Provincie Noord-Brabant bepaald dat mestverwerking alleen nog binnen in een afgesloten gebouw met onderdruk mag plaatsvinden: een fabriek moet dus pot- en potdicht zijn. Geen geurtje mag ontsnappen. Alle nieuwe mestverwerkers moeten aan deze nieuwe regels voldoen. Om de locatiekeuze voor mestfabrieken op een zorgvuldige manier te doen hebben gemeenten en provincie samen een planMER traject vastgesteld. In deze procedure worden verschillende criteria voor mogelijke locaties benoemd en gewogen.
Vraag die BMF opwerpt, is: als zo’n mestfabriek er dan toch moet komen, dan maar op een afgelegen industrieterrein. Waar het om gaat is het inrichten van de totale keten. Die begint met het scheiden of ontwateren van mest zo dicht mogelijk bij de bron: op de boerderij of in het buitengebied. Er zijn ook verwerkingsprocessen die prima op industrieterreinen kunnen plaatsvinden. Denk dan aan combinaties met gebruik van restwarmte, grondstoffen of energieopwekking.
De afstand tot woningen is een zwaarwegend criterium. Een klankbordgroep bespreekt het verloop van dit planMER traject en het keuzeproces. In een divers en representatief gezelschap delen belanghebbenden hun zienswijze met gemeenten en provincie; ook BMF. Omwonenden zijn er vooral bij gebaat zijn als BMF constructief meedenkt om ervoor te zorgen dat dit proces tot solide regionale afspraken leidt waarin de belangen van alle partijen vastgelegd zijn. Polarisatie voor de bühne, hoe verleidelijk ook, is niet productief. Integendeel.
Concluderend: overlast voor omwonenden moet voorkomen worden. Daarom moeten mestfabrieken aan zeer strenge regels voldoen en krijgt het criterium afstand tot woningen in de locatiebeoordeling de allerzwaarste weging. Het verwerken van mest helpt bij het verduurzamen van onze voedsel- en gewasproductie in al haar fasen. Zo zijn mestfabrieken een zegen.
Ik roep BMF op om met ons samen te werken bij dit proces van verduurzaming. Niet alleen boeren hebben een oplossing.