Pilot met extra hoge compostgiften in akkerbouw en tuinbouw

De Branchevereniging Organische Reststoffen BVOR coördineert dit najaar een pilotproject waarin een groep akker- en tuinbouwers extra hoge compostgiften toepast om het organisch stofgehalte in de bodem versneld te laten toenemen. Er wordt eenmalig circa 150 ton compost per hectare gegeven. Daarna volgen nog andere maatregelen om de organische stofopbouw verder te stimuleren.
Aan de pilot nemen verschillende Nederlandse boeren mee met verschillende teelten. Het primaire doel hiervan is het vaststellen van het effect van de hoge compostgiften op het organische stofgehalte in de bodem, op de korte en langere termijn. Ook wordt er gekeken naar de effecten op het bodemleven, de bodemstructuur, het vochtvasthoudend vermogen en de nutriëntenbeschikbaarheid.

De pilot is geïnspireerd door een Oostenrijks systeem. In Oostenrijk stimuleert men boeren via een privaat systeem van koolstofcredits om actief te werken aan extra organische stofopbouw in de bodem. Daarbij worden ook hoge doseringen compost toegepast om de opbouw van humus in de bodem te versnellen.

De resultaten van de pilot in Nederland worden onder meer worden gebruikt in een breder onderzoeksprogramma dat zich richt op koolstofvastlegging in de landbouw. Dit programma omvat een serie kennisprojecten die een consortium onder leiding van Wageningen Universiteit uitvoert. Het is onderdeel van de Klimaatagenda landbouw.

De pilot is net gestart en loopt een aantal jaren. Omdat hoge compostgiften door de meststoffenregels niet zonder meer zijn toegestaan, is voor de pilot een ontheffing verleend door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. De BVOR coördineert het pilotproject en werkt hierbij onder meer samen met CLM Onderzoek en Advies en met Van Iersel Compost.
Bron: BVOR, 01/12/2020
Publicatie: 03-12-2020