Monitor fosfaat- en stikstofexcretie in dierlijke mest - derde kwartaal 2020
In opdracht van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit stelt het Centraal Bureau voor de Statistiek na afloop van elk kwartaal van 2020 een berekening op van de fosfaat- en stikstofexcretie van de Nederlandse veestapel. De stikstofexcretie van de melkveesector ligt in het derde kwartaal van 2020 iets boven het sectorplafond van 281,8 miljoen kilo stikstof.
Bij het opstellen van de berekening is zoveel mogelijk aangesloten bij de systematiek die het CBS hanteert voor de reguliere jaarlijkse verantwoording over de fosfaat- en stikstofexcretie van de veestapel aan de Europese Commissie. De kwartaalrapportages vormen de basis voor een driemaandelijks ijkmoment.
Het CBS wijst er op dat de momentopnames na afloop van elk kwartaal door veranderingen in de rundveestapel niet representatief zijn voor de fosfaat- en stikstofexcretie over heel 2020. Daarnaast zijn de waarden van een aantal variabelen geschat, zoals het verbruik en de samenstelling van bepaalde voeders in 2020, omdat deze gegevens nog niet beschikbaar zijn.
Bij het verschil in excretie tussen de momentopname van het derde kwartaal in 2020 en de cijfers van 2019 spelen een aantal oorzaken een rol. Het aantal melkkoeien op 1 oktober 2020 ligt iets lager dan het gemiddelde aantal in 2019 maar het aantal stuks vrouwelijk jongvee ligt hoger. Daarnaast is de melkproductie per koe en daarmee de voederbehoefte toegenomen.
Verder is in de kwartaalrapportage ook rekening gehouden met een lagere beschikbaarheid van snijmaïs door de voortgaande daling van het maïsareaal. De beschikbaarheid van snijmaïs in 2020 kan meevallen.
De Monitor fosfaat- en stikstofexcretie in dierlijke mest - derde kwartaal 2020 is te vinden op de website van het CBS.
Het CBS wijst er op dat de momentopnames na afloop van elk kwartaal door veranderingen in de rundveestapel niet representatief zijn voor de fosfaat- en stikstofexcretie over heel 2020. Daarnaast zijn de waarden van een aantal variabelen geschat, zoals het verbruik en de samenstelling van bepaalde voeders in 2020, omdat deze gegevens nog niet beschikbaar zijn.
Bij het verschil in excretie tussen de momentopname van het derde kwartaal in 2020 en de cijfers van 2019 spelen een aantal oorzaken een rol. Het aantal melkkoeien op 1 oktober 2020 ligt iets lager dan het gemiddelde aantal in 2019 maar het aantal stuks vrouwelijk jongvee ligt hoger. Daarnaast is de melkproductie per koe en daarmee de voederbehoefte toegenomen.
Verder is in de kwartaalrapportage ook rekening gehouden met een lagere beschikbaarheid van snijmaïs door de voortgaande daling van het maïsareaal. De beschikbaarheid van snijmaïs in 2020 kan meevallen.
De Monitor fosfaat- en stikstofexcretie in dierlijke mest - derde kwartaal 2020 is te vinden op de website van het CBS.
Bron:
CBS, 12/11/2020
Publicatie: 12-11-2020