Opbrengsten en ervaringen op demovelden met 'Groene Weidemeststoffen' in 2019

In het project 'Kunstmestvrije Achterhoek' wordt geëxperimenteerd met herwonnen meststoffen. Sinds 2018 wordt op 10 praktijkpercelen de Groene Weidemeststof (GWM) vergeleken met kunstmestbemesting.
Van de tien percelen konden er zeven niet worden beregend en drie wel. Gezien de grote droogte en hitte in 2019 had dit behoorlijke gevolgen voor de gewasgroei. Alle percelen werden vijf maal gemaaid, maar op de niet beregende percelen waren er slechts twee à drie goede opbrengsten. De ontwikkeling en groeisnelheid liepen dus sterk uiteen tussen de tien verschillende percelen.

Grasopbrengst
De grasopbrengst werd geschat de de grashoogte te meten, 10 dagen voor het maaien.
In 2019 bleef de opbrengst van GWM licht achter ten opzichte van de variant met kunstmest. Mogelijk kwam dit door een te hoge ammoniumconcentratie in de GWM bij de eerste snede. Ook had deze meststof een zeer hoge pH (pH>9). Op de blokken waar de GWM was geïnjecteerd, traden bij nagenoeg alle demovelden verschijnselen van vergeling en necrose op bij gras direct grenzend aan de injectiesleuven of in de rijsporen.
Bij de volgende sneden werden de gehaltes verlaagd en werd deze gewasschade niet meer waargenomen. Ook verbeterde toen de werkzaamheid van de meststof. 


De opbrengst van de eerste snede was significant lager, en van de tweede, derde en vierde snede vergelijkbaar. In de grafiek ziet u de verschillen tussen de GWM en de vergelijking met een kunstmestblend (met dezelfde giften aan stikstof, kalium en zwavel). De verticale streepjes geven de (grote) standaardafwijking weer. Dit geeft een beeld van de verschillen tussen de tien percelen binnen dezelfde behandeling.
De figuur en de opzet van de demo's maken duidelijk dat er niet te sterke conclusies mogen worden getrokken uit de bevindingen.
Zo is het (significante) verschil bij de eerste snede waarschijnlijk geheel of grotendeels het gevolg van de bladverbranding. Daarnaast zijn er behoorlijk wat factoren die invloed hebben op de opbrengst of op verschillen daartussen.  Voorbeelden zijn het wel of niet beregenen, verschillen in bodemomstandigheden (o.a. grondsoort zand en klei) en het feit dat er op een perceel muizenschade was. Ook heeft de droogte effect op de gewasstand ('holler, stugger gras'): dit gras staat meer overeind en het meten van grashoogte geeft dan een overschatting van de feitelijke opbrengst tien dagen later. 

Nitraatverliezen
De analyse wees uit dat de Groene Weide Meststof niet leidt tot een verhoogd risico op nitraatuitspoeling, integendeel: GWM tendeerde naar wat lagere stikstofvoorraden dan de blend. De gevonden verschillen waren echter te klein (ten opzichte van de variatie) om hierover een uitspraak te doen.

De figuur laat de minerale stikstofvoorraad zien in de percelen met GWM (boven) en de kunstmestblend (onder) voor het bemestingsseizoen (groen) en na het oogstseizoen (oranje).

Het gehele rapport is te lezen op de website van de Kunstmestvrije Achterhoek.
Opbrengsten en ervaringen op demovelden met 'Groene Weidemeststoffen' in 2019
Auteur: Jan Roefs
Bron: Kunstmestvrije Achterhoek
Publicatie: 06-11-2020