Last onder dwangsom voor mestverwerkend bedrijf in Groenlo

Een maatschap van 7 personen die een agrarische onderneming drijft in Groenlo heeft een bezwaar ingediend tegen het besluit van Gedeputeerde Staten van Gelderland tot het opleggen van een last onder dwangsom. Gedeputeerde Staten hebben dat gedaan omdat uit diverse rapportages is gebleken dat de maatschap de lozingseisen overschrijdt. Het gaat hier om het geloosde afvalwater van de mestverwerkingsinstallatie.
De maatschap bestrijdt dat de lozingseisen worden overtreden. Zij denkt dat een oorzaak van buitenaf het proces heeft verstoord en vermoedt dat de hoge waarden door de drugsindustrie zijn veroorzaakt. De onafhankelijke commissie Rechtsbescherming heeft het Gelderse college geadviseerd over de bezwaren van de maatschap. Naar het oordeel van de commissie zijn de voorschriften van de omgevingsvergunning wel overtreden en is de maatschap de overtreder.

Als de maatschap had getwijfeld aan de kwaliteit van de door derden aangeleverde mest, had het bedrijf de mest zelf kunnen testen vóór het in ontvangst nemen van de mest. De maatschap heeft niet aannemelijk gemaakt dat dit is gebeurd. De maatschap heeft ook niet aannemelijk gemaakt dat de te hoge waarden door de drugsindustrie of een andere oorzaak zijn veroorzaakt en dat hierdoor de in de installatie verwerkte mest die vanuit derden is aangeleverd, zou zijn vervuild.

Er zijn geen bijzondere omstandigheden op basis waarvan Gedeputeerde Staten zouden moeten afzien van handhavend optreden. Daarom is de last onder dwangsom volgens het Gelderse college terecht en op goede gronden aan de maatschap opgelegd en kan het bestreden besluit kan in stand blijven.
Bron: Provincie Gelderland, 25/08/2020
Publicatie: 03-09-2020