Gerechtshof vindt claim na verhuur mestopslag onvoldoende onderbouwd
Het Gerechtshof in 's-Hertogenbosch heeft bij een hoger beroep een uitspraak van de kantonrechter in stand gelaten. Verhuurders van een mestopslag kunnen geen aanspraak maken op een vergoeding van de varkenshouder aan wie zij de opslagruimte tijdelijk beschikbaar stelden. De verhuurders stellen dat de varkenshouder meer mest in de kelders heeft achterlaten dan dat er in de mestkelders aanwezig was toen ze in 2015 de stilzwijgende huurovereenkomst met hem aangingen. Daarom eisen ze een vergoeding van 4925 euro.
De kantonrechter bepaalde in juli 2018 dat de verhuurders niet voldoende konden onderbouwen dat de mestopslag bij het einde van de huur meer mest bevatte dan toen de huur in ging. Ze konden niet aantonen dat de kelders leeg waren toen de varkenshouder de eerste mest aanvoerde. Ook konden ze geen indicatie geven hoeveel mest er totaal is aangevoerd en hoeveel mest er is opgehaald. Het gerechtshof bekrachtigt het door de kantonrechter van de rechtbank Oost-Brabant genomen besluit.
Meer informatie is te vinden in de uitspraak van het gerechtshof 's-Hertogenbosch.
Meer informatie is te vinden in de uitspraak van het gerechtshof 's-Hertogenbosch.
Bron:
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 26/08/2020
Publicatie: 26-08-2020