Vlaams wettelijk kader rond gebruik van digestaat uit kleinschalige vergisting

Kleinschalige vergisting of pocketvergisting is een technologie waarmee bedrijfseigen biomassastromen worden vergist op het landbouwbedrijf. Het digestaat dat resteert na vergisting kan worden gebruikt als meststof. Daarbij moeten in Vlaanderen wel een aantal wettelijke bepalingen in acht worden genomen.
In Vlaanderen geldt dat zodra er maar één druppel dierlijke mest mee de vergister ingaat, dit als gevolg heeft dat het digestaat het statuut dierlijke meststof krijgt. Dit betekent dat de hoeveelheid digestaat die op het land mag afgevoerd worden, beperkt blijft tot 170 kilo stikstof per hectare per jaar. Wanneer er geen mest vergist wordt, krijgt het digestaat het statuut andere meststof, en mag er boven de 170 kilo stikstof per hectare per jaar op het land afgezet worden.

Naast de bemestingsnormen voor dierlijke mest, moet er ook rekening gehouden worden met de bemestingsnormen voor de totale hoeveelheid werkzame stikstof en de bemestingsnormen voor fosfaten. Digestaat wordt onder het zesde Vlaamse Mestactieprogramma MAP6 geclassificeerd als een type 2-meststof. Bij het uitrijden is er steeds een geldige analyse van maximaal 3 maand oud nodig. De samenstelling van het inputmateriaal is variabel, waardoor er geen forfait bestaat voor digestaat. De samenstelling moet daarom steeds op basis van een analyse bepaald worden.

In de meeste gevallen wordt digestaat afkomstig van kleinschalige vergisting op eigen grond afgezet. Om het digestaat op grond van derden te mogen brengen, moet er een ontheffing worden aangevraagd bij de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu. Deze ontheffing is dan 5 jaar geldig. Daarnaast moet de producent van bodemverbeterende middelen een FAVV-erkenning aanvragen, waarvoor er een jaarlijks controlebezoek plaatsvindt.

Als de pocketvergister naast de bedrijfseigen reststromen ook externe afvalstromen inneemt, is een VLACO-keuringsattest nodig. Dat geeft extra garanties aan de afnemer over het product en het productieproces. In het kader van de VLACO-erkenning van de installatie zal er een gedetailleerd kwaliteitshandboek opgesteld worden. In dit handboek staan alle procedures die niet rechtstreeks horen bij het vergistingsproces. De procedures gelinkt aan het productieproces worden beschreven in een werkplan. Daarnaast zal VLACO jaarlijks een externe audit doen waarna – naargelang het resultaat – een volwaardig keuringsattest afgeleverd kan worden.

Wanneer een landbouwer digestaat afkomstig van bedrijfseigen stromen op eigen grond afzet, zijn er geen transportdocumenten nodig. Dit is echter wel het geval wanneer het afgezet wordt op grond van derden of naar een externe verwerking gevoerd wordt. Mits in acht neming van de voorwaarden kan dit gebeuren via burenregeling; zo niet moet het transport gebeuren door een erkend mestvoerder met mestafzetdocumenten.
Bron: Biogas-E, 17/07/2020
Publicatie: 19-08-2020