Vlaams onderzoek naar precisiebemesting met dierlijke mest
Vlaamse boeren passen nog vaak een uniforme dosis mest toe per perceel. Echter, door variatie in het veld heeft niet elke plek dezelfde behoefte aan nutriënten. Te veel toedienen heeft een impact op het milieu en te weinig bemesting gaat ten koste van de rendabiliteit. In het Vlaamse LA-traject Precisiemest zullen verschillende scenario’s voor precisiebemesting met dierlijke mest onderzocht worden en vergeleken worden met de gangbare praktijk.
Het project Precisiemest, waarin dierlijke mest centraal staat, is er een samenwerking van LCV met de Bodemkundige Dienst van België, de Katholieke Universiteit Leuven en de Hooibeekhoeve. In het project zullen onderzoekers verschillende praktijkrelevante scenario’s voor precisiebemesting met dierlijke mest volgen, en dit vergelijken met de gangbare praktijk. Die scenario’s zullen vergeleken worden ten aanzien van de rendabiliteit. Er wordt gekeken naar de opbrengstverhoging en de verlaging van het nitraatresidu bekeken en naar de extra kosten voor meting van de samenstelling van de mest en de bodemkaarten. Daarnaast wordt ook de milieu-impact onderzocht.
In de scenario’s zal gevarieerd worden met mestsamenstelling: op basis van een gemiddelde samenstelling versus op basis van een online meting van de samenstelling. Ook zullen de onderzoekers enerzijds bemesten op perceelniveau, en anderzijds precies bemesten op basis van een online meting van bodemparameters. De EC en het organische stofgehalte zijn daarbij belangrijke parameters.
Voor de proefvelden zijn 5 locaties geselecteerd, en de proeven worden gedaan binnen 3 teelten. In Wiekevorst, Laakdal en Wuustwezel gaat het om de teelt van maïs. In Bekkevoort ligt een proefveld met aardappelen en in Geel een proefveld met gras. De Hooibeekhoeve beheert de proefvelden met gras en 2 proefvelden met maïs. De 2 andere proefvelden worden gevolgd door de Bodemkundige dienst van België.
Het project wordt ingedeeld in verschillende werkpakketten. Die gaan enerzijds over het kalibreren en ijken, zien hoe nauwkeurig de sensoren zijn, tot het gebruik van bodemscans en bemestingstrategieën op verschillende niveaus. De resultaten van de proefvelden zijn belangrijk om te beslissen of er kan worden opgeschaald naar de praktijk. In 2021 is het de bedoeling om de techniek ook op praktijkniveau te introduceren.
In de scenario’s zal gevarieerd worden met mestsamenstelling: op basis van een gemiddelde samenstelling versus op basis van een online meting van de samenstelling. Ook zullen de onderzoekers enerzijds bemesten op perceelniveau, en anderzijds precies bemesten op basis van een online meting van bodemparameters. De EC en het organische stofgehalte zijn daarbij belangrijke parameters.
Voor de proefvelden zijn 5 locaties geselecteerd, en de proeven worden gedaan binnen 3 teelten. In Wiekevorst, Laakdal en Wuustwezel gaat het om de teelt van maïs. In Bekkevoort ligt een proefveld met aardappelen en in Geel een proefveld met gras. De Hooibeekhoeve beheert de proefvelden met gras en 2 proefvelden met maïs. De 2 andere proefvelden worden gevolgd door de Bodemkundige dienst van België.
Het project wordt ingedeeld in verschillende werkpakketten. Die gaan enerzijds over het kalibreren en ijken, zien hoe nauwkeurig de sensoren zijn, tot het gebruik van bodemscans en bemestingstrategieën op verschillende niveaus. De resultaten van de proefvelden zijn belangrijk om te beslissen of er kan worden opgeschaald naar de praktijk. In 2021 is het de bedoeling om de techniek ook op praktijkniveau te introduceren.
Bron:
Landbouwleven, 06/08/2020
Publicatie: 07-08-2020