Slechts beperkt bemesting met effluent na oogst van hoofdteelt mogelijk in Vlaanderen

Om stikstofverliezen te beperken en de waterkwaliteit te verbeteren, werden in het Vlaamse Mestactieprogramma MAP6 de regels voor het bemesten na de oogst van de hoofdteelt aangepast. De beperktere mogelijkheden voor bemesting na de oogst van de hoofdteelt, gelden ook voor effluent met een lage stikstofinhoud dat mag opgebracht worden na 31 augustus.
Na de oogst van de hoofdteelt mag niet meer bemest worden met meststoffen van type 3 waaronder ook effluent valt. Er geldt een uitzondering wanneer het nagewas al voor 31 juli is ingezaaid en voor een aantal specifieke nagewassen is die uiterste datum bepaald op 31 augustus. Ook wordt een uitzondering gemaakt wanneer de hoofdteelt als niet nitraatgevoelig wordt bestempeld en er voor 15 september een vanggewas wordt ingezaaid. Om als vanggewas beschouwd te kunnen worden, moet het vanggewas voldoen aan de aanhoudperiode.

De regels gelden vanaf 1 september ook voor het opbrengen van effluent met laag stikstofgehalte. Op de website van de Vlaamse Landmaatschappij staat een volledig overzicht van de mogelijkheden voor het gebruik van meststoffen van type 3 tussen 31 augustus en 16 februari. Er wordt tevens gewezen op de specifieke regels die er gelden met betrekking tot het vervoer van effluent afkomstig van een biologische installatie die dierlijke mest verwerkt. Op de website wordt aangegeven wanneer het vervoer van vloeibare dierlijke mest verplicht door een erkende mestvoerder moet gebeuren en wanneer de AGR-GPS-app moet gebruikt worden.

Ook voor meststoffen van type 2 gelden overigens de beperkingen van de bemesting na de oogst van de hoofdteelt. De volledige uitrijregeling in Vlaanderen is ook te vinden op de website van de Vlaamse Landbouwmaatschappij.​.
Bron: Vlaamse Landmaatschappij, 20/07/2020
Publicatie: 22-07-2020