Danone en VCM pionieren in Vlaanderen met kringlooplandbouw, mestverwerking met kunstmest als eindproduct.

Op een doorsnee Vlaams melkveebedrijf produceren de koeien net genoeg dierlijke mest om alle maïs- en graslandpercelen van goedkope stikstof van eigen fabricaat te voorzien. Om in de volledige gewasbehoefte te voorzien, wordt er aangevuld met (dure) stikstof uit kunstmest. Strengere bemestingsnormen en postquotum-bedrijfsgroei in de melkveehouderij hebben er toe geleid dat intensieve bedrijven kampen met een mestoverschot. Danone, in ons land actief in Rotselaar, zoekt op vraag van zijn leveranciers mee naar oplossingen. In het Vlaams Coördinatiecentrum Mestverwerking (VCM) vond de zuivelverwerker een projectpartner met kennis van zaken. Samen trachten ze de Europese Commissie ervan te overtuigen dat kunstmestvervangers uit mestverwerking de kringloop kunnen sluiten.

Aan de fabriek van Danone in Rotselaar (Vlaams-Brabant) leveren een 100-tal landbouwers melk. Gemiddeld houden zij 100 koeien op een boerderij die gelegen is in de nabijheid van de fabriek of in de twee aangrenzende provincies, Limburg en Antwerpen. Op regelmatige basis peilt Danone naar wat er leeft bij haar leveranciers. In 2014 stipte bijna de helft van de bedrijfsleiders mestafzet aan als één van de belangrijkste knelpunten voor de toekomst van hun melkveebedrijf. Bij gebrek aan grond zijn collega-varkenshouders al veel langer aangewezen op mestverwerking of mestafzet op percelen van derden. Voor de melkveehouderij is het tekort aan eigen grond voor mestafzet een vrij nieuw probleem, dat in de hand werd gewerkt door strengere bemestingsnormen en bedrijfsuitbreidingen na het verdwijnen van het melkquotum in 2014.

“Danone België vond in VCM, het Vlaams Coördinatiecentrum Mestverwerking, een partner die dit probleem wil helpen aanpakken”, vertelt directeur External Affairs Nathalie Guillaume. Zo ontstond in 2016 het driejarige project ‘Wings’, waarmee beide partijen naar innovatieve oplossingen voor het mestoverschot zoeken. Financiële steun voor de zoektocht kwam er van het Danone Ecosystem Fund. Consequent met de eigen bedrijfsslogan ‘One Planet. One Health.’ steekt de multinational geld in een fonds dat innovatieve projecten ondersteunt die een triple-win realiseren op sociaal, ecologisch én economisch vlak. Dat hielp een flinke duit om het initieel gebudgetteerde bedrag van 800.000 euro bij elkaar te krijgen voor het driejarige WINGS-project.

Samen met een pilootgroep van geïnteresseerde melkveehouders werden verschillende technieken voor mestverwerking onderzocht op hun financiële en praktische haalbaarheid. Koemest vraagt een aangepaste verwerking omdat het mest is die meer structuur (en box-strooisel) bevat in vergelijking met varkensmest. “De meeste installaties voor verwerking van varkensmest zijn van het type biologie”, weet VCM-voorzitter Dirk Denorme. Na scheiding wordt de dikke fractie met daarin vooral de fosfor, meestal geëxporteerd en wordt de stikstof aanwezig in de dunne fractie omgezet naar luchtstikstof. Deze kan bijgevolg niet opnieuw ingezet worden voor de bemesting en de veehouder koopt dan ook kunstmest aan om de nodige stikstof aan te brengen.

Met het WINGS-project zocht Danone samen met de deelnemende melkveehouders en VCM naar de mogelijkheid om rundermest te verwerken op een manier die past binnen een circulaire landbouw. De zuivelverwerker wil in België een voortrekkersrol spelen inzake verwerking van koemest met zoveel mogelijk recuperatie van de nutriënten. “De kennis die is vergaard werd tijdens het project wordt breed verspreid, en samen met praktische richtlijnen gebundeld in een kennishandboek mestverwerking voor de melkveehouderij. De bevindingen uit het onderzoeksproject zijn niet alleen voor onze regio relevant, maar ook voor landbouwers uit andere landen die melk leveren aan Danone”, zegt Nathalie Guillaume. Onder meer daarom wekte het lokale project de interesse van Danone Ecosystem Fund, dat wereldwijd investeringen doet. Zo participeert het fonds in de verduurzaming van de landbouw in Frankrijk en pompt het in Zuid-Amerika geld in oplossingen voor sortering en recyclage van afval.

Op een melkveebedrijf met 400 koeien in de Noorderkempen werd een zestal weken een pilootinstallatie voor mestverwerking op boerderijschaal geplaatst. “Eerst wordt de mest met een centrifuge gescheiden in een dikke en dunne fractie. Vooral de fosfor en een klein deel van de stikstof zitten in de dikke fractie, waarvoor (ver) transport mogelijk is aan een lagere kostprijs. Sommige melkveehouders kiezen ervoor om de dikke fractie aan te wenden als strooisel voor de ligboxen van de koeien. Eind vorig jaar gaf Europa daarvoor groen licht. Uit de dunne fractie wordt het merendeel van de stikstof gehaald met de techniek ‘stripping & scrubbing’. Van de stikstof zit ongeveer een kwart in de dikke fractie en driekwart in de dunne fractie. Uit die dunne fractie recupereren we tot 75 procent van de stikstof, de rest blijft in het dunne effluent zitten dat een melkveehouder dichtbij de deur kwijt kan of op eigen grond. Op papier was deze techniek het meest beloftevol, en voor de boer bewees het zich als haalbaar.‘’

VCM-voorzitter Dirk Denorme toont een flesje ammoniumnitraat. Het etiket vermeldt dat 15 procent van de inhoud voor de planten bruikbare stikstof is. “Je kan het best vergelijken met de vloeibare stikstof die akkerbouwers toepassen, enkel de concentratie (15 i.p.v. 30%) is verschillend.” Ondanks de technische uitdagingen slaagden de partners er dus in om kwalitatieve kunstmest af te leveren als eindproduct van de mestverwerking. Kringlooplandbouw in de rundermestverwerking is bijgevolg niet alleen maar theorie meer. Anderzijds leerde het project ook dat de kostprijs van deze techniek op vandaag nog te hoog blijkt om met het bekomen ammoniumnitraat de markt te bestormen en mestverwerking op boerderijschaal als dé oplossing voor te stellen. Zonder rekening te houden met de waarde van de dikke fractie en de ammoniaknitraat lag de werkingskost van de pilootinstallatie drie keer hoger dan de verwerking van varkensmest door een biologie. Danone en VCM geven daarom mee dat verder onderzoek nodig is.

Een ander knelpunt op vandaag is de Europese nitraatrichtlijn die stelt dat eindproducten uit de mestverwerking nog steeds het statuut behouden van ‘dierlijke mest’. “Kunnen we bewijzen dat het eindproduct van dezelfde constante kwaliteit als kunstmest is, dan lonkt een statuutwijziging”, beseft Dirk Denorme. “Er beweegt op dat vlak wat”, merken VCM en Danone. “Vanuit het Europees Parlement trekt melkveehouder en volksvertegenwoordiger Jan Huitema aan de kar. En het Joint Research Center van de Europese Commissie is zelf vragende partij voor meer onderzoek.” Uit de transitienota die VCM schreef over mestverwerking, kan je opmaken dat mits een aantal randvoorwaarden, de tijd rijp moet zijn voor een statuutwijziging nu beleidsmakers meer en meer denken in termen van ‘circulaire economie’ en ‘kringlooplandbouw’.

Daarom willen Danone en het VCM in 2019 een veldproef uitvoeren met de uit de rundermest gewonnen ammoniumnitraat, waarbij de vergelijking met ‘echte’ kunstmest gemaakt zal worden. De projectpartners hebben hiertoe alvast de toestemming van de Vlaamse overheid die ze in 2018 hiervoor hebben verkregen, ook aangevraagd voor 2019. En ook het effect van toediening van de dikke fractie op armere zandgronden zal beproefd worden door de Hooibeekhoeve in Geel.

Stiekem hoopt de zuivelverwerker dat het sectorimago door dit project extra glans krijgt. Er valt immers veel uit te leggen aan de publieke opinie, onder meer dat dierlijke mest in tegenstelling tot kunstmest een hernieuwbare grondstof is waarmee je niet alleen de planten maar ook de bodem kan voeden. En dat een kringloopbenadering ervan echt een plus is voor de sector.

Door de nutriënten die op een landbouwbedrijf geproduceerd worden maximaal en milieu-efficiënt te benutten op de bedrijven in kwestie beoogt Danone een win-winsituatie. De boer zou hier economisch beter van moeten worden. Ook het milieu en klimaat kunnen hier wel bij varen. Een belangrijk nadeel van dierlijke mest, namelijk een tragere en minder voorspelbare vrijstelling van de stikstof met risico op uitspoelingsverliezen en dus waterverontreiniging, wordt weggenomen door scheiding en verwerking van de ruwe mest. En zo willen Danone en VCM mee antwoorden zoeken om mestverwerking deel te laten uitmaken van circulaire landbouw.

Bron: vilt.be
Publicatie: 11-01-2019