Raad van State wijst hoger beroep van Cleanergy af
De Raad van State heeft een hoger beroep van Cleanergy tegen het besluit van de provincie Noord-Brabant om geen nieuwe omgevingsvergunning te verlenen aan het bedrijf afgewezen. Cleanergy is inmiddels niet meer in bedrijf en ging alleen tegen een eerdere uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant in beroep om duidelijk te krijgen wat er op het bedrijventerrein in Wanroij is toegestaan. Daar hoeft de rechter geen uitspraak over te doen, stelt de Raad van State.
In februari 2019 heeft het college van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant een aanvraag van Cleanergy om een omgevingsvergunning te verlenen, afgewezen. Cleanergy exploiteerde een mestverwerkingsbedrijf met een co-vergistingsinstallatie op een bedrijventerrein in Wanroij. In mei 2016 diende Cleanergy een aanvraag in om de mestverwerkingscapaciteit gedurende 5 jaar van 36.000 ton te mogen verhogen naar 75.000 ton per jaar. Daarnaast werd een vergunning gevraagd voor het hygiëniseren van 25.000 ton mest per jaar voor de export en het gelijktijdig in gebruik nemen van de twee eerder vergunde warmtekrachtkoppelinginstallaties.
Cleanergy kon zich er wel mee verenigen dat de omgevingsvergunning niet was verleend, maar ging toch bij de Raad van State in hoger beroep omdat het bedrijf het niet eens was met wat de rechtbank bij de uitspraak over het bedrijventerrein Molenveld in Wanroij heeft overwogen. Het bedrijf wilde zo duidelijk krijgen welke toekomstmogelijkheden er zijn voor het bedrijfsperceel. De Raad van State stelt echter dat Cleanergy daarmee in hoger beroep geen procesbelang heeft. De rechter hoeft alleen uitspraak te doen als sprake is van een geschil met betrekking tot een besluit van een bestuursorgaan. Wanneer dat geschil niet meer bestaat, kan van de rechter geen uitspraak worden gevraagd uitsluitend vanwege de principiële betekenis daarvan.
Meer informatie is te vinden in de uitspraak van de Raad van State.
Cleanergy kon zich er wel mee verenigen dat de omgevingsvergunning niet was verleend, maar ging toch bij de Raad van State in hoger beroep omdat het bedrijf het niet eens was met wat de rechtbank bij de uitspraak over het bedrijventerrein Molenveld in Wanroij heeft overwogen. Het bedrijf wilde zo duidelijk krijgen welke toekomstmogelijkheden er zijn voor het bedrijfsperceel. De Raad van State stelt echter dat Cleanergy daarmee in hoger beroep geen procesbelang heeft. De rechter hoeft alleen uitspraak te doen als sprake is van een geschil met betrekking tot een besluit van een bestuursorgaan. Wanneer dat geschil niet meer bestaat, kan van de rechter geen uitspraak worden gevraagd uitsluitend vanwege de principiële betekenis daarvan.
Meer informatie is te vinden in de uitspraak van de Raad van State.
Bron:
Raad van State, 17/06/2020
Publicatie: 19-06-2020