Hoge boete voor afvoeren van zaagsel met mest was niet gerechtvaardigd

De rechtbank Oost-Brabant heeft de boete van 62.700 euro die het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit had opgelegd aan een slachterij vernietigd. De slachterij had tussen november 2016 en juni 2017 verzuimd Vervoersbewijzen Dierlijke Mest op te maken bij het afvoeren van het mengsel van zaagsel en mest dat op de slachterij achterbleef na het schoonspuiten van vrachtauto's waarmee slachtdieren werden aangevoerd.
Het zaagsel dat door een vervoerder wordt opgehaald is afkomstig van de vrachtwagens die in een wasplaats worden schoongespoten. Vervolgens gaat het water, zaagsel en de mestresten via een riolering naar een volgende ruimte waar een bezinkbad staat. Het zaagsel wordt hier via een vijzel gefilterd. Het water loogt de mest uit en zakt weg. De drijvende fractie wordt er via een vijzel en pers uitgehaald en komt in een container terecht. Dat is het product dat een vervoerder ophaalt.

De rechter is het wel eens met de minister dat voor het af te voeren product een Vervoersbewijs Dierlijke Mest opgemaakt had moeten worden, maar vindt de hoogte van de boete niet proportioneel en in strijd met het gelijkheidsbeginsel. Er was geconstateerd dat bij 220 vrachten het Vervoersbewijs Dierlijke Mest ontbrak en daarbij is telkens een boete van 300 euro opgelegd. De minister meent dat elke zaak moet worden beoordeeld naar zijn eigen feiten en omstandigheden en stelt dat niet relevant is of de overtredingen opzettelijk zijn begaan.

De rechtbank vindt dat de minister hiermee onvoldoende is ingegaan op het beroep dat de slachterij in een bezwaar had gedaan op een uitspraak van de rechtbank Overijssel waarin werd gesteld dat bij een veelvoud van dezelfde overtredingen niet alle overtredingen beboet mogen worden. Het bestreden besluit is daarom door de minister niet voldoende gemotiveerd en moet daarom vernietigd worden. In het verweerschrift en tijdens de zitting heeft de minister de motivering wel aangevuld. De rechtbank zal daarom bekijken of de rechtsgevolgen van het te vernietigen bestreden besluit in stand kunnen blijven.

Meer informatie is te vinden in de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant.
Bron: Rechtbank Oost-Brabant, 18/05/2020
Publicatie: 05-06-2020