Fosfaat- en stikstofexcretie van veehouderij bleven in 2019 beneden de plafonds

Het voorlopige cijfer voor 2019 van de fosfaatexcretie van de gehele Nederlandse veestapel ligt met 156,0 miljoen kilo 10% onder het plafond dat met de Europese Commissie is overeengekomen. De stikstofexcretie komt bijna 3% lager uit dan het plafond van 504,4 miljoen kilo. De stikstofexcretie van de melkveesector is in 2019 gedaald tot onder het sectorplafond van 281,8 miljoen kilo. Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek.
Voor de rapportage van de stikstof- en fosfaatexcretie in een kalenderjaar aan de Europese Unie mag Nederland uitgaan van de gemiddelde samenstelling van ruwvoer over de laatste 5 jaar waarbij de hoogste en laagste waarneming vervallen. Deze aanvullende berekening zal naar verwachting tegelijk met de definitieve cijfers van 2019 in de tweede kwartaalrapportage van het CBS worden opgenomen.

De stikstofexcretie van de melkveesector ligt in het eerste kwartaal van 2020 iets boven het sectorplafond. Het aantal melkkoeien en het aantal stuks vrouwelijk jongvee lag op 1 april 2020 hoger dan het gemiddelde aantal in 2019. Daarnaast is de melkproductie per koe en daarmee de voederbehoefte toegenomen. Ook is ook de verwachting dat de beschikbaarheid van snijmaïs in 2020 lager uitvalt door de matige oogsten in de laatste jaren en de voortgaande daling van het maïsareaal.

Meer informatie is te vinden in de Monitor fosfaat- en stikstofexcretie in dierlijke mest Eerste kwartaal 2020 op de website van het CBS.
Bron: CBS, 25/05/2020
Publicatie: 27-05-2020