"Met een patstelling is niemand gebaat..."
De mestdiscussie in Nederland wordt steeds verhitter. Ondertussen komt de groot- en kleinschalige mestverwerking maar moeilijk van de grond. ,,Overheden kunnen niet langs elkaar heen blijven kijken”, zegt Jan Roefs, directeur van het Nederlands Centrum Mestverwaarding (NCM).
Een van de doelen van het dit jaar opgerichte Nederlands Centrum Mestverwaarding (NCM) is het geven van onafhankelijke, objectieve informatie over mestverwerking. In het huidige tijdsgewricht is dat niet gemakkelijk. De principiële tegenstanders hebben hun hakken stevig in het zand gezet en zien in ‘minder dieren’ de enige fundamentele oplossing voor het mestoverschot. Toen onlangs het nieuws naar buiten kwam dat gemeenten en provincies in Brabant de handen ineen slaan op zoek naar de kansen van mestverwerking, regende het direct kritische en venijnige reacties uit die hoek.
,,Maar dan wordt vaak vergeten dat minder dieren ook betekent; meer kunstmest”, vertelt Jan Roefs, directeur van het NCM , in zijn boerderij in Middelbeers. ,,Want er is een overschot aan fosfaat, maar een groot tekort aan stikstof. De stikstofbehoefte om onze gewassen te kunnen telen is 600 miljoen kilo. Uit dierlijke mest halen we 350 miljoen. Dus hebben we nog 250 miljoen nodig uit kunstmest, waarvan we met zijn allen op weg naar een circulaire landbouw juist minder willen hebben.”
Het NCM is begin dit jaar gestart en is een gezamenlijk initiatief van overheid (ministerie van landbouw en vier provincies, waaronder Brabant) en het agrarische bedrijfsleven. Doel is om kennis bijeen te brengen, te fungeren als centraal aanspreekpunt rond mestverwerking en zelf veelbelovende initiatieven op te zetten. Roefs: ,,Uitgangspunt is dat we unaniem het belang zien van landbouw en veehouderij. Dit is een topsector in de Nederlandse economie. Maar er zijn ook knelpunten, die benoemd en getackeld moeten worden: milieudruk, het onbehagen onder de bevolking.”
Want één ding staat als een paal boven water: met de mestverwerking in Nederland wil het vooralsnog niet vlotten. De maatschappelijke weerstand tegen de vestiging van grootschalige mestverwerkingsinstallaties is groot. Denk alleen al aan de vergeefse pogingen die MACE (Mineralen Afzet Coöperatie Elsendorp) al heeft ondernomen om een fabriek te vestigen. ,,Discussies lopen vaak door elkaar heen”, zegt Roefs. ,,Iemand die tegen megastallen is, is automatisch ook tegen mestverwerking. Terwijl je het over twee totaal verschillende dingen hebt. Het debat wordt tot voortdurend in het politieke getrokken. Dat leidt tot patstellingen en daar is niemand bij gebaat.”
Roefs benadrukt meermaals dat NCM onafhankelijk is. Het centrum is geen lobbymachine voor de mestverwerkers en boeren en ook geen marionet van de overheden. Alle mogelijkheden en onmogelijkheden worden benoemd. Feiten en fictie scheiden, noemt de Beerzenaar dat. ,,Ik kom ook wel eens ondernemers tegen die in mest ‘het bruine goud’ zien. Nou, dat is heel ver weg, ik geloof niet in sprookjes. Maar ik geloof ook niet in een landschap van Ot en Sien. Zolang wij onze producten in een supermarkt kopen, zullen we een professionele, goed geborgde landbouw nodig hebben.”
Roefs is blij met de Brabantse mestvisie en -missie die eraan komt. Gemeenten, provincie en omgevingsdiensten werken samen om de kansen rondom mestverwerking te ontplooien. Roefs denkt dat de sector zelf veel kan doen. Meer samenwerking, innovatie en een ‘sterkere oriëntatie op de waarde van mest’. ,,Waarde moet je dan niet verwarren met prijs. Het gaat om maatschappelijk nut; duurzame energie, kringlooplandbouw, voeding voor bodems waar dat nodig is.”
Maar Roefs doet ook een appèl aan overheden. Wat de boeren van overheidswege wordt opgelegd, wordt op lokaal niveau te vaak gefrustreerd. ,,Een boer is in deze regio verplicht om 59 procent van zijn mestoverschot te verwerken. Maar vanwege alle weerstand kan dat niet, althans niet op de hoogwaardige manier waarop we dat zouden willen. Ik heb begrip voor de bezwaren, maar het is ook het een of het ander: overheden mogen niet langs elkaar heen blijven kijken.”