Monovergisting van varkensmest verloopt stabiel
Het Belgische onderzoeksinstituut Inagro doet tests met monovergisting van varkensmest. Daarbij wordt gewerkt met een installatie van 200 m3 en een elektrisch vermogen van 31 kilowatt. De eerste conclusie is dat de vergisting stabiel kan verlopen. Het is wel belangrijk om het vergistingsproces goed op te volgen en gericht te gaan mengen om eventuele schuimvorming onder controle te houden.
Inagro heeft gedurende twee verblijftijden van gemiddeld 35 dagen in het mesofiele temperatuursgebied van 32 tot 42°C varkensmest vergist. Deze varkensmest bestond uit een combinatie van varkensdrijfmest en de verse mestfractie afkomstig van een VeDoWS-stalsysteem. Deze stromen werden respectievelijk via een tank en schroefvijzel in de vergister gebracht. Die combinatie was nodig om het digestaat viskeus genoeg te houden om te kunnen verpompen naar de externe digestaatopslag. Dankzij een in hoogte en breedte verstelbare mixer was het mogelijk om gericht te mengen.
Uit de analyses bleek dat de energieproductie op een stabiele manier en zonder veel problemen verliep. Het biogaspotentieel van de VeDoWS-mest is ruim 4 keer hoger dan dat van de gebruikte varkensdrijfmest. Het toevoegen van varkensdrijfmest was echter nodig om het geheel nog verpompbaar te maken. Bij een te hoog drogestofgehalte treden er operationele problemen op.
Vergisting van een combinatie van varkensdrijfmest met VeDoWS-mest blijkt zeker haalbaar. Het biogaspotentieel van het digestaat was nog vrij en dit wijst erop dat het beter is een langere verblijftijd aan te houden dan tijdens deze test. In het laboratorium bleek dat pas na 45 dagen alles was omgezet tot biogas, hoewel na circa 10 dagen al 70% van de totale hoeveelheid was bereikt.
Een mogelijke alternatief kan zijn om een deel van het digestaat terug te pompen naar de vergister. Dit digestaat kan dan gebruikt worden om de VeDoWS mestfractie viskeuzer te maken in plaats van varkensdrijfmest. Op die manier wordt het restpotentieel van het digestaat nog benut en wordt er meer energie uit eenzelfde hoeveelheid varkensmest geproduceerd én emissies bij de digestaatopslag gereduceerd.
Uit de analyses bleek dat de energieproductie op een stabiele manier en zonder veel problemen verliep. Het biogaspotentieel van de VeDoWS-mest is ruim 4 keer hoger dan dat van de gebruikte varkensdrijfmest. Het toevoegen van varkensdrijfmest was echter nodig om het geheel nog verpompbaar te maken. Bij een te hoog drogestofgehalte treden er operationele problemen op.
Vergisting van een combinatie van varkensdrijfmest met VeDoWS-mest blijkt zeker haalbaar. Het biogaspotentieel van het digestaat was nog vrij en dit wijst erop dat het beter is een langere verblijftijd aan te houden dan tijdens deze test. In het laboratorium bleek dat pas na 45 dagen alles was omgezet tot biogas, hoewel na circa 10 dagen al 70% van de totale hoeveelheid was bereikt.
Een mogelijke alternatief kan zijn om een deel van het digestaat terug te pompen naar de vergister. Dit digestaat kan dan gebruikt worden om de VeDoWS mestfractie viskeuzer te maken in plaats van varkensdrijfmest. Op die manier wordt het restpotentieel van het digestaat nog benut en wordt er meer energie uit eenzelfde hoeveelheid varkensmest geproduceerd én emissies bij de digestaatopslag gereduceerd.
Bron:
Inagro, 18/05/2020
Publicatie: 18-05-2020