Melkveehouder uit Leende gebruikt mineralenconcentraat in plaats van kunstmest
Melkveehouder Johan Keijsers uit het Brabantse Leende gebruikt een stikstofrijk mineralenconcentraat uit de mestverwerking. Hij bespaart daarmee op kunstmestaankoop en ziet ook bemestingsvoordelen. Omdat deze meststof dunner is dan drijfmest loopt het veel beter in de gleuven tijdens het zodebemesten. Naast de directe besparing op de aanschaf van kunstmest verwacht de ondernemer voordeel door een betere benutting van de mineralen. Het concentraat bevat vooral goed opneembare ammoniumstikstof en het mengsel kan emissiearm worden uitgereden. Omdat het verdund is, komt de stikstof beter beschikbaar en ontstaat minder ammoniak.
Keijsers begon in 2016 met het gebruiken van concentraat. De melkveehouder moest elk jaar circa 2.200 kuub mest afvoeren en kwam daarvoor in contact met mestafzetcoöperatie Mestac. Uiteindelijk bleek rundveemest niet handig om te verwerken, maar zo zijn wel de contacten voor het afnemen van mineralenconcentraat gelegd. Inmiddels is alle stikstofkunstmest op het bedrijf vervangen door het bemestingsproduct van Mestac. Als deelnemer aan de landelijk pilot is gebruik ervan als kunstmestvervangend product toegestaan.
De afgelopen jaren liet Keijsers jaarlijks ongeveer 550 ton per jaar aan concentraat op zijn bedrijf aanvoeren. Onder de wachtruimte van de melkstal heeft hij een aparte mestopslag. Daarin wordt telkens in een verhouding van 7 tot 8 kuub concentraat, 20 kuub drijfmest en 3 kuub water gemengd. Dat dunne mestmengsel wordt vervolgens met een zodenbemester geïnjecteerd. De melkveehouder bespaart jaarlijks 3.500 euro tot 4.000 euro op aankoop van kunstmest. In de winterperiode komt er nog een opslagvergoeding voor het concentraat bij. Een bijkomend voordeel vormen de kali en andere sporenelementen in het concentraat.
De afgelopen jaren liet Keijsers jaarlijks ongeveer 550 ton per jaar aan concentraat op zijn bedrijf aanvoeren. Onder de wachtruimte van de melkstal heeft hij een aparte mestopslag. Daarin wordt telkens in een verhouding van 7 tot 8 kuub concentraat, 20 kuub drijfmest en 3 kuub water gemengd. Dat dunne mestmengsel wordt vervolgens met een zodenbemester geïnjecteerd. De melkveehouder bespaart jaarlijks 3.500 euro tot 4.000 euro op aankoop van kunstmest. In de winterperiode komt er nog een opslagvergoeding voor het concentraat bij. Een bijkomend voordeel vormen de kali en andere sporenelementen in het concentraat.
Bron:
Boerderij, 06/05/2020
Publicatie: 06-05-2020