Advocaat-generaal vindt veroordeling van mestsiloschoonmaakbedrijf gerechtvaardigd

De veroordeling van een bedrijf dat zich bezighoudt met het mixen en pompen van mest en de bestuurder van dit bedrijf wegens een dodelijk ongeluk bij het schoonmaken van een mestsilo in Makkinga in 2013, moet in stand te worden gelaten. Dat heeft de advocaat-generaal op dinsdag 21 april aan de Hoge Raad geadviseerd. De uitspraak van de Hoge Raad is voorlopig bepaald op 16 juni.
Op 19 juni 2013 kwamen in Makkinga bij het schoonmaken van een mestsilo 3 mensen om het leven en raakte 1 persoon zwaar gewond. Het OM vervolgde het bedrijf en zijn bestuurder wegens overtreding van de Arbeidsomstandighedenwet. Het gerechtshof veroordeelde beide verdachten. Volgens het hof is de bestuurder in ernstige mate tekortgeschoten in zijn zorgplicht voor de medewerkers. Hij werd veroordeeld tot een jaar voorwaardelijke gevangenisstraf en een taakstraf van 240 uur. Het bedrijf kreeg een boete van 100.000 euro opgelegd. In beide zaken werd beroep in cassatie ingesteld.

Cassatieklachten
De advocaat van beide verdachten vraagt de Hoge Raad de veroordeling door het hof te vernietigen. De ingediende cassatieklachten gaan grotendeels over de onderbouwing van de bewezenverklaring. Volgens de verdediging is het gevaar niet veroorzaakt door het bedrijf. Het gevaar zou zijn ontstaan doordat spuiwater, een afvalproduct van luchtwassers in varkensstallen, aan de mest in de silo was toegevoegd, terwijl dit niet aan het bedrijf was gemeld.

Risico bestond ook zonder spuiwater
Volgens de advocaat-generaal gaat de cassatieklacht niet op. Het hof heeft op grond van deskundigenonderzoek vastgesteld dat het toevoegen van spuiwater weliswaar kon leiden tot nog hogere concentraties van levensgevaarlijke gassen, maar dat de hoeveelheid mest die in de silo aanwezig was op zichzelf al voldoende was om een gevaar voor ernstige schade aan de gezondheid te kunnen vormen. Volgens het hof hebben het bedrijf en zijn bestuurder in de bedrijfsvoering onvoldoende maatregelen getroffen om de werknemers van het bedrijf te beschermen tegen dit gevaar. Zo waren geen maatregelen getroffen om doeltreffend hulp te kunnen bieden bij direct gevaar.

Veroordeling kan in stand blijven
De advocaat-generaal vindt dat het hof voldoende heeft gemotiveerd dat het bewezenverklaarde gevaar door de gedragingen van het bedrijf is veroorzaakt. Ook een andere klacht die in cassatie is aangevoerd moet volgens de advocaat-generaal te worden verworpen. De veroordelingen kunnen wat hem betreft dan ook in stand blijven. Vanwege de duur van de procedure adviseert de advocaat-generaal de Hoge Raad de opgelegde straffen iets te verminderen.

Meer informatie is te vinden in het advies van de advocaat-generaal aan de Hoge Raad.
Bron: Hoge Raad, 21/04/2020
Publicatie: 22-04-2020