Risico op insleep uienziektes via voerresten in drijfmest
Onderzoek naar de mogelijke insleep van uienziektes, zoals fusarium en koprot, door de toepassing van drijfmest en reststromen wijst op risico's voor uientelers. Voerresten in drijfmest zijn volgens onderzoekers gevaarlijker als potentiële besmettingsbron dan goed verwerkte compost en digestaat. Onderzoekers van Wageningen University & Research volgden de ziekteverwekkers in drijfmest, compostering en na mesofiele vergisting.
Mesofiele vergisting haalt een maximale temperatuur van 38 graden Celsius. Bij thermofiele vergisting loopt dat op tot 52 graden. De onderzoekers nemen aan dat als mesofiele vergisting de ziektekiemen voldoende doodt, thermofiele vergisting dat zeker ook zal doen. Bij runderdrijfmest werkten de onderzoekers met voerresten in de mest. Bij de compost gebruikten ze uienafval in de verwerking tot groencompost. Dat laatste gebeurde bij een composteringsbedrijf. De onderzoekers brachten sclerotiën van witrot en koprot, met fusarium besmette uienresten en stengelaaltjes in netzakjes in mest, compost en een vergister. Ze volgden de hergroei van de ziektes en de overleving van de aaltjes op meerdere momenten in de verwerking.
Koprot, witrot en fusarium
Koprotschimmels waren in drijfmest na 42 dagen niet meer aan te tonen. De onderzoekers denken dat het verspreidingsrisico vooral bestaat als drijfmest kort na het morsen van uienafval wordt uitgereden. Op het land vertraagt de doding van de schimmel waarschijnlijk. Bij witrot was er na 14 dagen was er nog 10% uitgroei en na 42 dagen nog 5%. Fusarium bleek na 42 dagen nog 30% hergroei te hebben.
Stengelaaltjes
De kans op insleep van stengelaaltjes in mest achten de onderzoekers gering is. Zij baseren zich op de resultaten van stengelaaltjesbestrijding via anaerobe grondontsmetting. Belangrijk is wel dat de mest een aantal weken rond de 16 à 17 graden is geweest om de dodelijke fermentatieproducten te laten ontstaan. Voor stengelaaltjes is aangetoond dat anaerobe grondontsmetting bij 16 graden of meer na 6 weken gegarandeerd 100% doding oplevert. Het is daarom van belang dat 's zomers een mestput voor het uitrijden minimaal 6 weken niet is gebruikt om voerresten te dumpen en dat de mest in het voorjaar de tijd krijgt op temperatuur te komen.
Koprot, witrot en fusarium
Koprotschimmels waren in drijfmest na 42 dagen niet meer aan te tonen. De onderzoekers denken dat het verspreidingsrisico vooral bestaat als drijfmest kort na het morsen van uienafval wordt uitgereden. Op het land vertraagt de doding van de schimmel waarschijnlijk. Bij witrot was er na 14 dagen was er nog 10% uitgroei en na 42 dagen nog 5%. Fusarium bleek na 42 dagen nog 30% hergroei te hebben.
Stengelaaltjes
De kans op insleep van stengelaaltjes in mest achten de onderzoekers gering is. Zij baseren zich op de resultaten van stengelaaltjesbestrijding via anaerobe grondontsmetting. Belangrijk is wel dat de mest een aantal weken rond de 16 à 17 graden is geweest om de dodelijke fermentatieproducten te laten ontstaan. Voor stengelaaltjes is aangetoond dat anaerobe grondontsmetting bij 16 graden of meer na 6 weken gegarandeerd 100% doding oplevert. Het is daarom van belang dat 's zomers een mestput voor het uitrijden minimaal 6 weken niet is gebruikt om voerresten te dumpen en dat de mest in het voorjaar de tijd krijgt op temperatuur te komen.
Bron:
Nieuwe Oogst, 21/04/2020
Publicatie: 21-04-2020