Oogst mais-in-gras proef veelbelovend
Normaal wordt maisland voor het zaaien geploegd. Doordat de grond een groot deel van het jaar kaal is, houdt de bodem mineralen en water minder goed vast. Een ander negatief gevolg is dat, zeker op zandgronden, stikstof en andere nutriënten kunnen uitspoelen. Hiervoor is de verplichting om een groenbemester als 'stikstofvanggewas' te zaaien, direct na de oogst of als onderzaai. Het effect hiervan is echter wisselend, zeker wanneer de groenbemester te laat in het jaar wordt gezaaid en niet veel meer kan groeien.
Proef
Voor het project ploegden de loonwerkers grasmat niet onder. Ze freesden smalle stroken in de zode en zaaiden daarin. Dat heeft verschillende voordelen. Om te beginnen blijft de grond gedurende het hele jaar bedekt. Bovendien blijven de doorworteling, de hoeveelheid organische stof en het rijke bodemleven van het grasland intact. In theorie is de grond daardoor beter in staat voedingstoffen en water vast te houden. De keerzijde is dat het gras de mais kan beconcurreren. De mais werd regelmatig beregend via druppelslangen.
Bodemkwaliteit
Opvallend was het positieve resultaat voor zowel de uitspoeling van stikstof als het aantal regenwormen in de bodem. Mais in gras scoort daarin zelfs beter dan permanent grasland. “Dat is waarschijnlijk te verklaren door de druppelslangen. Daarmee houden we de bodem in de stroken vochtig. Dat is blijkbaar niet alleen goed voor de groei van de planten, maar ook voor het bodemleven”, zegt Van Iperen.
Veelbelovend maar nog niet praktijkrijp
Het systeem is nog niet rijp voor de praktijk, waarschuwt Van Iperen. “Het doel van het project is in eerste instantie om te onderzoeken of het teelt-technisch mogelijk is. De mechanisatie is nu nog de bottleneck. Om een voorbeeld te noemen: op de proefvelden hielden we het gras tussen de mais kort met een gazonmaaier. Voor het toepassen op praktijkschaal moeten we verder onderzoek doen naar geschikte apparatuur en automatisering.”
In dit project werken de loonbedrijven samen met Wageningen UR en HAS Hogeschool. Projectleider is Ronald Luijkx van AgriFood Capital. De provincie Noord-Brabant en de Regio Noordoost Brabant ondersteunen het project met een bijdrage uit de Subsidieregeling Economie en Innovatie.