Commissie Bemesting Grasland en Voedergewassen wijst op waarde van drijfmestanalyse

Om maïspercelen scherp op de behoeftenorm te kunnen bemesten is een analyse van de drijfmest zinvol, adviseren de leden van de Commissie Bemesting Grasland en Voedergewassen. In de praktijk zijn er grote verschillen in gehalten van drijfmest tussen bedrijven, maar ook tussen verschillende opslagen op een bedrijf. Hierbij speelt de diergroep en het rantsoen een grote rol evenals de hoeveelheid spoelwater die in een mestput komt. Juist bij de bemesting van maisland, waar alle dierlijke mest er in één keer op komt, is het belangrijk te weten welke kwaliteit mest er wordt gebruikt.
Voor een representatief mestmonster moet de mest goed gemixt worden. Een monsteruitslag heeft anders weinig waarde. De onderlinge verhouding van de gehalten in de mest op het analyseverslag geeft een indicatie of het monster representatief is voor de hele partij. Is vooral de dikke drijflaag bemonsterd, dan is het droge stofgehalte en organische stofgehalte hoog, evenals de organische gebonden stikstof en het fosfaatgehalte. Het gehalte ammoniakale stikstof is daarentegen in verhouding laag. Is met name het dunne deel onder uit de kelder bemonsterd, dan is dit juist andersom en is meestal ook het kali-gehalte vrij hoog.
Bron: Commissie Bemesting Grasland en Voedergewassen, 07/04/2020
Publicatie: 08-04-2020