Rijnen combineert varkensbedrijf met biovergister en verwerking van digestaat

Varkenshouder Bert Rijnen uit Oirschot combineert zijn varkensbedrijf met de exploitatie van een covergistingsinstallatie en een verwerkingsinstallatie voor het digestaat. Met de biovergister zet hij dierlijke mest en reststromen uit de voedingsmiddelenindustrie om in biogas. Het gaat dan om voedingsmiddelen die ongeschikt zijn voor consumptie door mens én dier, zoals schoonsel, pitjes en kaf. Met een warmtekrachtkoppeling wordt het biogas vervolgens omgezet in elektriciteit en warmte voor de installatie waarmee het digestaat wordt gedroogd. Van het digestaat wordt de dikke fractie extern verwerkt tot mestkorrels. De dunne fractie wordt deels schoon water, dat geloosd mag worden, en deels mineralenconcentraat.
Rijnen heeft verschillende verwerkingsinstallaties achter elkaar gezet: een biogasinstallatie, een navergister, een flotatiebak, een indamper, een zeefbandenpers en een drooghal. Daarmee slaagt hij erin om de dikke fractie te drogen en vervolgens te korrelen. Hij levert een kaliconcentraat dat geschikt is als meststof voor bieten en aardappelen en een stikstofconcentraat dat kan worden ingezet bij precisiebemesting. Het water dat resteert is vrij van mineralen en geschikt om te lozen.

De biovergistinginstallatie bij zijn varkensbedrijf exploiteert Rijnen via zijn dochterbedrijf Eco-Energy Oirschot. Daarin wordt de mest van het varkensbedrijf samen met 50% restproducten vergist. Het biogas wordt via een warmtekrachtkoppeling omgezet in groene stroom en in warmte. Het digestaat wordt met een flotatiebak en zeefband gescheiden in een dikke en dunne fractie. De dikke fractie, met een droge stofgehalte van circa 30%, wordt op een temperatuur van 70 °C op banden gedroogd. Om geur en ammoniale stikstof tot een minimum te beperken, is na de droger een drietraps luchtwasser geplaatst. Hiermee wordt zo’n 95% reductie gehaald. De gedroogde mest wordt verwerkt tot mestkorrels.

De dunne fractie wordt gefilterd, bewerkt en verdampt tot schoon water. Vloeibaar mineralenconcentraat blijft over. Dit concentraat is nog te nat om in te zetten als volwaardige meststof. Met de nieuwe indampinstallatie kan Rijnen het mineralenconcentraat verder indikken. De dunne fractie wordt ingedampt met een innovatieve viertraps indampinstallatie die vacuüm trekt. De condens stijgt op, wordt afgevangen en als schoon water geloosd. Het overblijvende concentraat is geschikt als meststof.
Bron: DLV Advies, 31/03/2020
Publicatie: 31-03-2020