Mestverspreiden met machine met liggende strooiwalsen is nauwkeurig maar vraagt veel vermogen

De markt van mestverspreiders is verdeeld tussen modellen met staande strooiwalsen en liggende in combinatie met strooischijven. Voor een praktijktest leverde fabrikant Joskin 2 varianten van een 13 kuubs meststrooier van het type Tornado3 T5513/14 V. De ene variant met 2 staande, de andere 2 liggende walsen én 2 strooischijven. De conclusie is dat het model met liggende strooiwalsen nauwkeuriger stalmest kan verwerken dan de variant met staande strooiwalsen. Echter, hiervoor is ongeveer de dubbele hoeveelheid kracht nodig. De verticale mestverspreider is daarmee ook geschikt voor trekkers die minder vermogen kunnen leveren. Daarnaast is deze variant ongeveer 9.000 euro goedkoper.
De vermogensbehoefte van de 2 strooi-eenheden is bepaald met een koppelmeter. Voor de metingen werd afzonderlijk digestaat en stalmest verspreid met beide machines. Dezelfde trekker werd gebruikt voor de vergelijkbaarheid van beide middelen. De doorvoer in de mest bedroeg ongeveer 2,6 ton per minuut. De strooier met staande rollen kostte gemiddeld circa 56 kilowatt aan aftakasvermogen van de trekker. Het maximum was 90,6 kilowatt. De vermogensbehoefte voor digestaat verspreiden was veel lager. Een maximum van 61 kilowatt was nodig om het fijne materiaal bij volledige doorvoer met circa 2,6 ton per minuut te kunnen verspreiden. Gemiddeld was dit slechts ongeveer 30 kilowatt.

De mestverspreider met liggende strooiwalsen vergde veel meer vermogen. Met vermogenspieken tot 140 kilowatt kon de trekker het aftakastoerental van 1.000 omwentelingen niet vasthouden. De bodemketting moest lager ingesteld worden en er kon slechts ongeveer 30% van de output van de verticale strooier worden behaald. Een hogere doorvoer werd bereikt bij het verspreiden van digestaat. Hier werd maximaal 2 ton per minuut gehaald. Daarbij kon de snelheid constant worden gehouden. De vermogensbehoefte steeg echter in sommige gevallen tot 125 kilowatt.

De breedteverdeling is getest bij een rijsnelheid van 5 kilometer per uur met dezelfde trekker. Beide mestverspreiders haalden een werkbreedte tot wel 16 meter. Beide machines hebben een egale, goede verdeling tot een werkbreedte van 6 meter. Daarboven wordt de werkbreedte te onregelmatig. Bij alle metingen viel het op dat de horizontale versie met strooischijven recht achter de machine te weinig mest verspreidde. De breedteverdeling met gescheiden digestaat is goed voor beide systemen tot 6 meter. De reden hiervoor is waarschijnlijk de consistente samenstelling van het strooimateriaal. Als de werkbreedte wordt verhoogd tot 8 meter, is de zijdelingse verdeling onvoldoende. De resultaten voor mest zijn vergelijkbaar. Ook hier bereikt de strooier met horizontale rollen een goede dwarsverdeling met een werkbreedte tot 6 meter. De verticale mestverspreider vertoont al grotere afwijkingen over deze breedte, zodat hier een iets kleinere werkbreedte wordt aanbevolen.
Bron: Boerderij Vandaag, 13/03/2020
Publicatie: 17-03-2020