Onderzoekers vinden in de stal wel effecten van Kopros op ammoniakemissie

Wageningen Livestock Research beschrijft in een rapport een stalproef waarin de geclaimde effecten van het additief Kopros op de ammoniakemissie en stikstofwerking zijn beoordeeld aan de hand van veranderingen in mesteigenschappen. Ten behoeve van het onderzoek werd een melkveestal met roostervloer in tweeën gedeeld, een deel waarin de vloer werd behandeld met Kopros en een deel dat onbehandeld bleef. Ze vonden bewijs dat behandeling van de stalvloer met micro-organismen de samenstelling van de mest in de kelder inderdaad kan veranderen.

In beide staldelen waren alleen melkgevende koeien gehuisvest, met hetzelfde basisrantsoen, maar een verschil in lactatiestadium. De behandeling van de vloer startte half augustus 2025, en het onderzoek liep van eind september 2025 tot half februari 2026. In deze periode werd tenminste iedere twee weken de mest uit de kelder van beide staldelen bemonsterd en geanalyseerd op een aantal eigenschappen.


Het additief Kopros werd iedere vier weken op de vloer gesproeid, en de mest werd vanaf half november wekelijks kort gemixt, in beide staldelen. De onderzoekers vonden een daling in het gehalte vluchtige vetzuren van 10,0 gram tot 3,5 gram per kilo, een daling van het organische stofgehalte gehalte met 11%, een stijging van de pH van 7,1 tot 7,4, en een toename van 5% in het gehalte ammoniumstikstof en van 3% in het totale stikstofgehalte.


De afname van het gehalte vluchtige vetzuren bevestigt eerdere praktijkobservaties dat met Kopros behandelde mest minder stinkt. De afbraak van vluchtig vetzuur azijnzuur is de laatste stap bij de vorming van methaan door acetoclastische methanogenese, en de gemeten reductie van 56% in gehalte azijnzuur zou daarom gepaard kunnen gaan met een aanzienlijke reductie in methaanemissie.


De verhouding stikstof/ fosfor van de behandelde mest was 2,6% hoger dan in de onbehandelde mest, wat erop wijst dat er als gevolg van behandeling minder stikstof uit de mest en de stal vervluchtigde. De reductie van de ammoniakemissie wordt daarbij geschat op tenminste 30%. Een mogelijke oorzaak voor de reductie is de vorming van een afsluitende biofilm op de behandelde stalvloer of op de mest in de kelder.


De hogere pH en het hogere ammoniumgehalte van behandelde mest kunnen de ammoniakemissie na het uitrijden van de mest verhogen, maar het uiteindelijke effect zal ook afhankelijk zijn van andere mesteigenschappen, waaronder de snelheid waarmee de dunnere behandelde mest in de bodem trekt. Verwacht mag worden dat stikstof in de behandelde mest op korte termijn na het uitrijden sneller door gewassen wordt opgenomen, gezien de combinatie van een hoger ammoniumgehalte en een lager gehalte vluchtige vetzuren.


De gerapporteerde effecten zijn waarschijnlijk onderschat, omdat in het behandelde staldeel 20% tot 25% van de roostervloer niet was behandeld, en de koeien daar oudmelkter waren. Meer details zijn te vinden in het rapport 'Effecten van Kopros op ammoniakemissie en stikstofwerking van rundveedrijfmest'. 

Bron: Wageningen University & Research, september 2026
Publicatie: 07-09-2026