Mestverwerking brengt Vlaamse mestbalans in evenwicht

Dankzij mestverwerking kent Vlaanderen sinds 2007 een mestbalans die in evenwicht is. Ook al groeide de veestapel in de afgelopen decennia, de mestverwerkingscapaciteit ontwikkelde mee. In Vlaanderen zijn 162 mestverwerkingsinstallaties in bedrijf en daarmee wordt 31% van de stikstof uit dierlijke mest via de mestverwerking buiten Vlaanderen afgezet. 

De Vlaamse mestverwerkingssector steunt vooral op 2 technieken: biologische verwerking en compostering in combinatie met  thermisch drogen. De laatste jaren hebben ook stripping/scrubbing en omgekeerde osmose zich als technologie doorontwikkeld tot volwassen verwerkingstechnieken.


Jaarlijks wordt in Vlaanderen 140 miljoen kilo stikstof gebruikt in de plantaardige productie. Daarbij is 61% van deze stikstof afkomstig uit dierlijke mest en 36% uit kunstmest. Sinds 2007 is het gebruik van stikstof uit dierlijke mest met 15% gedaald. De afzetruimte voor dierlijke mest werd beperkt door de verscherpte bemestingsnormen en het afschaffen van de derogatie. Tegelijk is in dezelfde periode het gebruik van stikstof uit kunstmest met 19% gestegen.


In 2023 werd in Vlaanderen 50,9 miljoen kilo stikstof uit kunstmest gebruikt, en tegelijk 37,9 miljoen kilo stikstof uit Vlaanderen geëxporteerd via de verwerking van dierlijke mest. Het potentieel van Renure-meststoffen, producten uit dierlijke mest die binnen de Europese regelgeving kunstmest kunnen vervangen, voor het sluiten van kringlopen is daarmee helder.


Het Vlaams Coördinatiecentrum Mestverwerking berekende dat, wanneer Vlaanderen 15% van de gebruikte kunstmest wil vervangen door in Vlaanderen geproduceerde Renure-meststoffen, 33% van de mest die momenteel verwerkt wordt, gebruikt moet worden voor de productie van dit type meststoffen. Hiervoor zijn 71 ammoniakstripping-installaties nodig. Gezien de waarde van Renure als kunstmestvervanger moet dat rendabel te realiseren zijn. 

Bron: Vlaams Coördinatiecentrum Mestverwerking, 29/07/2026
Publicatie: 30-07-2026