Vergelijking van mestsoorten in het Friese veenweidegebied
Melkveehouders op klei-op-veenbodems hebben te maken met uitdagingen rond waterhuishouding, gewasgroei en nutriëntenbenutting tijdens zowel droge als natte periodes. Een gezonde bodem kan bijdragen aan een betere weerbaarheid van het landbouwsysteem. Om te onderzoeken welke rol verschillende mestsoorten hierbij spelen, werd tussen 2021 en 2025 een veldproef uitgevoerd op een graslandperceel met schalterveen in Koufurderrige.
De onderzoekers stellen vast dat mestsoorten met een hoge aanvoer van organische stof, zoals dikke fractie en bokashi, het bodemorganische-stofgehalte verhogen. Dit verbeterde de bodemstructuur, stimuleerde het bodemleven en hing samen met een betere waterinfiltratie. Vooral dikke fractie zorgde voor meer regenwormen en een hogere schimmelactiviteit in de bodem.
Meststoffen met veel direct beschikbare stikstof, zoals kunstmest, dunne fractie en drijfmest, leverden daarentegen de hoogste grasopbrengsten en de beste stikstofbenutting. Kunstmest scoorde het best op opbrengst en ruw eiwitgehalte, maar droeg minder bij aan bodemkwaliteit en bodembiologie.
De onderzoekers concluderen dat er geen ideale mestsoort bestaat die op alle aspecten het beste presteert. Organische mestsoorten dragen vooral bij aan bodemkwaliteit en ecosysteemdiensten, terwijl meststoffen met veel minerale stikstof de hoogste gewasproductie realiseren. Door verschillende mestsoorten gericht te combineren kunnen melkveehouders sturen op zowel bodemgezondheid als grasopbrengst.
Meer informatie is te vinden in de publicatie 'Vergelijking van mestsoorten in het Friese veenweidegebied'.