Stalemissies van veehouderijen namen in 6 jaar met 18% af

De Rijksoverheid heeft van 2019 tot en met 2025 een bedrag van 4,2 miljard euro beschikbaar gesteld voor beëindigingsregelingen voor veehouderijbedrijven om de emissie van ammoniak te verminderen, waarvan 2,6 miljard daadwerkelijk werd uitgegeven. De stalemissies van veehouderijen namen in die periode periode van 6 jaar met 18% af. De helft was het gevolg van veehouders die gebruikmaakten van beëindigingsregelingen, stelt de Algemene Rekenkamer.

Vanaf 2019 hebben 1.329 veehouders gebruik gemaakt van één van de 5 beëindigingsregelingen die de Algemene Rekenkamer onderzocht. Rundveehouders nemen relatief minder vaak deel aan de beëindigingsregelingen. Er werd door 2% van alle rundveehouders in Nederland deelgenomen aan een beëindigingsregeling, tegenover 5% van de pluimveehouders en 8% van de varkenshouderijbedrijven. 


Ook de afname van stalemissies van rundveehouderijen is kleiner dan die van andere veehouderijen. Rundveebedrijven zorgen voor 57% van de stalemissies. Tussen 2019 en 2025 daalde het aantal dieren in de sector met 7% en de stalemissies met 11%. Voor pluimvee en varkens was er respectievelijk een daling van 14% om 28% in het aantal dieren en van respectievelijk 20% en 35% in de stalemissies.


Tussen 2019 en 2025 zijn stalemissies met 10,7 kiloton gedaald. Beëindigingsregelingen voor veehouderijbedrijven droegen hier voor 50% aan bij. De budgetten voor vrijwillige beëindigingsregelingen werden niet volledig benut. Van de budgetten die beschikbaar waren is 38% niet uitgegeven. Met de niet bestede 1,6 miljard euro had 3,3 kiloton extra emissiereductie behaald kunnen worden, stelt de Algemene Rekenkamer.

Bron: Algemene Rekenkamer, 23/06/2026
Publicatie: 26-06-2026