Kabinet presenteert plannen voor stikstofaanpak
0De norm is gebaseerd op wat ondernemers met de best beschikbare technieken realistisch kunnen bereiken op hun bedrijf, bijvoorbeeld door aanpassingen aan de stal of aan het voer. Daarmee wordt een belangrijk deel van de landbouwopgave gerealiseerd. Het overige deel wordt ingevuld met het verminderen van de aanwending van mest, extensivering, vrijwillige beëindigingen en afroming van dierrechten bij overdracht buiten familieverband.
De bedrijfsnormen geven aan hoeveel uitstoot in 2035 nog is toegestaan. Ondernemers die de afgelopen jaren al flinke stappen hebben gezet, zien die inspanningen daarin terug. Tegelijkertijd kunnen boeren rekenen op omvangrijke ondersteuning om aan de normen te voldoen. Voor aanpassingen van onder meer stallen en voer, is 2 miljard euro beschikbaar.
Voor een toekomstbestendige melkveehouderij zet het kabinet daarnaast in op extensivering door de invoering van een grondgebondenheidsnorm van 2,6 grootvee-eenheden per hectare met onder andere ruimte voor samenwerkingsovereenkomsten met akkerbouwers. Het kabinet werkt deze maatregel zorgvuldig uit met aandacht voor de ruimtelijke en maatschappelijke gevolgen.
Er worden aanvullende maatregelen genomen waar de natuur dat het hardst nodig heeft. Daarbij gaat het niet alleen om stikstof, maar ook om verdroging, versnippering van natuur en de waterkwaliteit. Omdat maatregelen rond kwetsbare natuur- en watergebieden het meest effectief zijn, kiest het kabinet voor een gerichte aanpak in deze gebieden. Daarom worden rond deze gebieden zones ingesteld waar aanvullende maatregelen gelden.
Naar verwachting is voor ongeveer 100 stikstofgevoelige natuurgebieden een aanvullende zone nodig. Voor circa 15 van deze gebieden geldt een zone van 1.000 meter en voor de andere gebieden gaat het om een zone van 500 meter. Voor industriële piekbelasters in de zones komt er een aparte aanpak. In de zones komt een aanpak om onder andere verdere verslechtering van de natuur, water- en bodemkwaliteit te voorkomen. In deze gebieden blijft ruimte voor extensieve landbouw.
Het kabinet gaat samen met provincies werken aan een ondersteunend pakket voor boeren. Dit pakket omvat onder meer de herwaardering van landbouwgrond, een regeling voor extensieve bedrijfsvoering en ondersteuning voor omschakeling naar biologische landbouw. Hiervoor is 9 miljard beschikbaar.
Er wordt 2,2 miljard euro in natuurherstel en beheer geïnvesteerd. Om te zorgen dat terreinbeherende organisaties snel aan de slag kunnen met het opschalen en uitbreiden van bestaande beheer- en herstelmaatregelen, wordt er in 2026 al 100 miljoen euro uitgetrokken voor het uitvoeren van concrete projecten. Over uitvoering, resultaten en verantwoording komen er heldere afspraken met medeoverheden en terreinbeherende organisaties.
Voor de industrie en de mobiliteit wordt ingezet op reductie van de emissie in stikstofoxiden in 2035. Een belangrijk deel van die reductie wordt gehaald via klimaat- en milieubeleid, maar het kabinet kiest ervoor om ook in deze sectoren een extra stap te zetten en in totaal 250 miljoen euro vrij te maken voor stikstofmaatregelen.
Het gaat hierbij om maatregelen die effectief bijdragen aan reductie van de depositie in de Natura 2000-gebieden en die snel uitvoerbaar zijn. Zoals een zoneringsaanpak voor industrie rondom kwetsbare natuurgebieden, schonere bouw en binnenvaart en een nieuwe openstelling van de regeling Beperking Ammoniakemissie Industrie.
Een grotere vraag naar biologische producten is essentieel voor het succes van de omschakeling naar biologische landbouw. Boeren die willen omschakelen hebben vertrouwen nodig in een structurele en significante groei van die vraag. Daarom worden vóór 1 april 2027 harde afspraken gemaakt met supermarkten en verwerkers; lukt dat niet, dan volgt wettelijke stimulering per 1 januari 2029. De Rijksoverheid neemt het voortouw hierin door meer biologisch en duurzaam voedsel te gaan inkopen.
Het kabinet zorgt ervoor voor dat het wetsvoorstel met de nieuwe stikstofdoelen voor alle sectoren in oktober naar de Tweede Kamer wordt gestuurd. Alle maatregelen worden vastgelegd in een bijbehorend programma, waardoor er een stevige juridische basis ontstaat om de vergunningverlening weer vlot te trekken. PAS-melders hebben daarbij prioriteit.