'Er zal weinig Europese handel in Renure-meststoffen ontstaan'

Minister Van Essen van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur ziet de Renure-technologie en circulaire mestverwerking als een aanvullend instrument om de Nederlandse landbouw minder kwetsbaar te maken voor geopolitieke verstoringen. De komende 2 jaar zal de productiecapaciteit van Renure hiervoor echter onvoldoende zijn. Dat schrijft de minister aan de Tweede Kamer in een reactie op vragen van het CDA.

Van Essen stelt dat er meer capaciteit voor circulaire mestverwerking nodig is om de volatiliteit in de kunstmestmarkt te kunnen dempen. Daarbij is de problematiek rondom stikstofdepositie en de effecten daarvan op de vergunningverlening een belangrijke factor. Om de productie van Renure op te schalen wordt gewerkt aan een subsidieregeling voor kleine installaties op veehouderijbedrijven en voor grootschalige installaties voor mestverwaarding tot Renure-producten.


In 2024 is de Fertilising Products Regulation al aangepast zodat producten uit verwerkte dierlijke mest, zoals Renure-meststoffen, binnen de interne markt kunnen worden verhandeld. Deze aanpassing van deze regeling is echter minder relevant voor de huidige Europese toelating van Renure-meststoffen, aldus de minister.


De productietechnieken die met de recente aanpassing van de Nitraatrichtlijn zijn toegestaan, zijn op dit moment met name geschikt voor productie en gebruik op de lokale markt en om diverse redenen niet interessant voor verhandeling op de interne Europese markt.


Redenen hiervoor zijn bijvoorbeeld de kosten die gepaard gaan met een CE-markering, en het feit dat Renure-meststoffen een relatief lage concentratie stikstof hebben ten opzichte van stikstofkunstmest. Dat maakt transport snel onrendabel. Bovendien is er voor de meeste producenten van bestaande Renure-meststoffen in voldoende mate in Nederland een afzetmarkt te vinden.

Bron: Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, 18/05/2026
Publicatie: 19-05-2026