Mest en metropolen: nadenken over kringlopen op regioniveau

Geen visie over landbouw zonder het woord kringloop erin. Meestal wordt dan gedacht over een gemengd bedrijf of een samenwerking tussen een veehouder en een akkerbouwer of tuinder. Het is echter net zo belangrijk in deze te denken over regio’s. Een groep wetenschappers uit Wageningen heeft een bijdrage gemaakt die bedoeld is om na te denken over oplossingsrichtingen voor het sluiten van kringlopen, en het in een breed perspectief te plaatsen. Dat brede perspectief ontbreekt vaak, aldus de wetenschappers, waardoor complexe onderwerpen vaak versplinteren in aandacht voor deeloplossingen of te smal ingekaderd worden in een eenzijdig perspectief.

In het concept kringlooplandbouw is de veehouderij niet weg te denken. Dieren vervullen een essentiële functie door reststromen te verwaarden. De nutriënten uit hun mest kunnen weer benut worden in de plantaardige productie. De productie van dierlijke producten en de daaraan gerelateerde productie van mest ligt onder een vergrootglas vanuit meerdere maatschappelijke doelen; de beslag op land en grondstoffen, de concentratie van veehouderij, het hergebruik van nutriënten uit mest, klimaatopgaves en milieuproblemen.

Historisch is de veehouderij nauw verbonden met de plaats waar mensen wonen, waardoor de vraag boven komt hoe mensen en dieren verspreid zijn over de planeet. Nederland is een extreem voorbeeld van een gebied waar veel mensen en veel dieren op een klein oppervlak in een vruchtbare delta samen leven.

De combinatie van veel dieren en veel mensen dicht op elkaar brengt ook problemen met zich mee.

De verkennende studie (bijgevoegd) richt zich op de ophoping van nutriënten (met als voorbeeld fosforstromen) en presenteert twee extreme denkrichtingen die oplossing kunnen bieden, waaruit duidelijk wordt dat er bij kringlooplandbouw het menselijke-afval systeem niet los gezien kan worden van het landbouwproductie systeem.

Er worden vier scenario’s geschetst op basis van twee variabelen: veel of weinig vee, en veel of weinig mensen. Dit leidt tot de volgende vier situaties:

  1. Veel vee, veel mensen: de delta’s. De veehouderij bij steden in Delta’s worden gevoed door importen van veevoer vanuit andere gebieden, de graanschuren. De dierlijke producten worden deels zelf geconsumeerd, maar ook wordt een fors deel geëxporteerd naar andere stedelijke gebieden, de Metropolen.
  2. Dit zijn uitgestrekte graan of soja producerende regio’s, die dunbevolkt zijn. De veehouderij ontbreekt in deze gebieden. Er is een forse stroom van nutriënten van de Graanschuren naar de Delta’s; die resulteert in uitputting van nutriënten in de graanschuur, en een ophoping van nutriënten in de Delta.
  3. Dit zijn stedelijke gebieden met veelal een diensteneconomie. Ze hebben geen eigen landbouw en importeren al het eten. Er vinden forse verliezen plaats uit het humane systeem.
  4. Het laatste kwadrant in dit schema is dat van de Veehouderij concentraties (veel dieren, weinig mensen). De studie laat zien dat deze in de praktijk niet bestaan. Dat is een aanwijzing dat het lastig is om veehouderij te verplaatsen uit Delta’s naar Graanschuren en die meerwaarde aan hun bulkproduct veevoer te laten toevoegen via gespecialiseerde veehouderij.

Om kringlopen van nutriënten te sluiten, moet er veel gebeuren aan het huidige systeem, want zowel de ophoping als de verschraling van nutriënten zijn om meerdere redenen ongewenst.




Twee denkrichtingen

In kringlooplandbouw zal dit moeten worden opgelost en daartoe zijn er twee oplossingsrichtingen benoemd:

De eerste oplossingsrichting is een technische: De Delta blijft een plek waar veel dieren en veel mensen samen leven. Met nutriënten wordt echter efficiënter omgegaan: Verliezen worden voorkomen door het terugwinnen van nutriënten uit rioolslib en de mestverwerkingsindustrie. Deze teruggewonnen nutriënten zullen naar de veevoer producerende gebieden (Graanschuren) getransporteerd moeten worden, om de tekorten daar aan te vullen.

De tweede oplossingsrichting is een oplossing waar het aantal dieren in de Delta verminderd wordt, omdat er geen veevoer geïmporteerd meer wordt. Aangenomen dat consumptie van dierlijke producten gelijk blijft, zal een andere regio deze productie over moeten nemen: de Graanschuur. Zo worden de dieren gehouden vlak bij de plek waar hun voer wordt geteeld. Omdat daar weinig mensen wonen, zal de overlast en de risico’s op bijvoorbeeld zoönoses kleiner zijn. Daarnaast hoeven er alleen nog kant en klare producten getransporteerd te worden en wordt het transport van veevoer en de retourvracht van nutriënten (uit de riolering) veel kleiner.

Beide denkrichtingen zijn ingrijpend, en het tweede scenario, een gebied met weinig mensen en veel vee, bestaat in de praktijk zelfs nog niet.
Aan de andere kant stelt men dat het huidige systeem ook onhoudbaar is.

Het volledige rapport, met daarin allerlei onderbouwende informatie over o.a. bevolking en fosfaatkringlopen, is hier te downloaden.

Mest en metropolen: nadenken over kringlopen op regioniveau
Bron: Pieter de Wolf, Wageningen UR
Publicatie: 21-06-2019