'CDM koppelde advies over gasvormige verliezen aan aangepaste excretieforfaits'

De Commissie van Deskundigen Meststoffenwet (CDM) is kritisch over de aanpassing van de norm voor gasvormige verliezen uit rundermest die minister Wiersma van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur wil doorvoeren. Voorzitter Gerard Velthof maakte dat duidelijk tijdens een technische briefing in de Tweede Kamer. Hij merkte daarbij wel op dat het effect in de vorm van extra plaatsingsruimte voor mest vermoedelijk minder groot is dan de 5 miljoen kilo stikstof die het ministerie noemt.

Minister Wiersma wil de norm voor gasvormige verliezen bij rundveemest per 1 januari verhogen van 10,1% naar 14%. Daardoor kan er voor  melkveebedrijven meer ruimte ontstaan om mest op eigen grond aan te wenden, omdat er gerekend mag worden met een lager stikstofgehalte in de mest.


Velthof benadrukte in de Tweede Kamer dat de CDM in een advies dat aan de minister werd uitgebracht niet alleen werd geadviseerd om de correctiefactor voor gasvormige verliezen aan te passen, maar tevens de excretieforfaits. Wiersma heeft toegezegd dit wel te gaan doen, maar dat vergt volgens haar meer tijd. Wanneer alle aanpassingen in forfaits tegelijk zouden plaatsvinden zou het effect op de plaatsingsruimte voor stikstof minder groot zijn, stelt Velthof.


Het aanpassen van de norm voor gasvormige verliezen kan niet toegepast worden bij bedrijven die gebruik maken van de Bedrijfsspecifieke excretie, omdat daar in de berekeningen al rekening wordt gehouden met de gasvormige stikstofverliezen. Daarom denkt de CDM-voorzitter dat de aanpassing van de forfaitaire norm in de praktijk vermoedelijk minder dan 5 miljoen kilo stikstof aan extra plaatsingsruimte zal opleveren.

Bron: Boerderij, 02/10/2024
Publicatie: 03-10-2024