Essay Wageningen Research: Gebieds- en bedrijfsgerichte handelingsperspectieven voor een duurzame landbouw in Nederland

De landelijke stikstof-, klimaat- en waterkwaliteitsdoelen voor de landbouw zijn duidelijk, maar hoe zorg je er nu voor dat individuele boeren kunnen sturen op deze duurzame toekomst en de overheid hen daaraan kan houden? Daarvoor moeten landelijke doelen vertaald worden naar concrete doelen per bedrijf. Kritische prestatie-indicatoren die helpen om de effectiviteit van ingrepen van boeren te monitoren en om te kunnen belonen en afrekenen zijn daarbij nodig. Dat betogen vier Wageningse wetenschappers in het essay ‘Gebieds- en bedrijfsgerichte handelingsperspectieven voor een duurzame landbouw’.

De landbouw staat voor verschillende doelen: de ammoniakemissies halveren in 2030 of 2035, de broeikasgasemissies halveren in 2050 en de nitraatconcentratie van het grondwater moet onder de 50 milligram nitraat per liter. Het zijn ambitieuze doelen, maar ze zijn volgens de wetenschappers ook haalbaar. Maar dan moeten ze wel op een eerlijke en heldere manier vertaald worden naar doelen voor elk bedrijf. Boeren kunnen dan door middel van kritische prestatie-indicatoren (KPI’s) integraal sturen op landbouwkundige én milieukundige doelen. In het essay worden vier stappen beschreven voor het definiëren van een concreet toekomstperspectief voor de landbouw.

Stap 1
Het voorstel van de Wageningse wetenschappers is om de landelijke doelen te vertalen naar toelaatbare emissies per bedrijf, uitgedrukt per hectare voor grondgebonden bedrijven en per dier voor niet-grondgebonden bedrijven. Zit je erboven, dan moet je minderen. Zit je erop of er onder, dan zit je goed. Als KPI’s stellen zij voor om een toelaatbare ammoniakuitstoot, stikstofoverschot in de bodem en broeikasgasemissies per bedrijf vast te stellen.
  • Om de ammoniakuitstoot te halveren, kennen de wetenschappers de gewenste landelijke reductie toe aan het areaal grasland, maisland en bouwland dan wel het aantal dieren. Per hectare mag een veehouderijbedrijf dan 20 tot 25 kg ammoniak uitstoten. De toelaatbare uitstoot per (niet grondgebonden) dier varieert tussen 0,05 en 0,50 kg ammoniak per dier, afhankelijk of het een kip, varken of vleeskalf is. Omdat ammoniak op korte afstand neerslaat, zijn daarnaast extra maatregelen nodig in een straal van 500 à 1000 m rondom gevoelige natuurgebieden.
  • Om de nitraatuitspoeling te verlagen, berekenen ze een toelaatbaar stikstofbodemoverschot als bron van de uitspoeling. Hierbij houden ze rekening met landgebruik, grondsoort en grondwaterstand (met andere woorden: hoe gevoelig de teelt en bodem voor een hoog nitraatgehalte is). Het toelaatbare overschot varieert hierbij tussen 50 en 125 kg stikstof per hectare.
  • Om de emissie van broeikasgassen te halveren, berekenen ze net als bij ammoniak een maximale toelaatbare emissie per bedrijf. Per hectare grasland mag er bijvoorbeeld 9 kg lachgas en 150 kg methaan uitgestoten worden. Per dier varieert de toelaatbare emissie van 3 tot 12 kg methaan voor varkens en vleeskalveren.
  • Daarnaast benoemen ze doelen dan wel gewenste streefwaarden voor bodemkwaliteit, het areaal natuurlijke landschapselementen en maatregelen om de fosforbelasting vanuit de landbouwbodem te verlagen en het beheer van slootkant en oever te verbeteren.

 

Figuur 1. Opgaven per provincie. Deze opgaven zijn gebaseerd op absolute getallen. Bijvoorbeeld: in de provincie Zuid-Holland, waar de opgave voor ammoniak & natuur relatief laag is (zie kaart A), kan bijvoorbeeld een hogere ammoniakreductie per bedrijf noodzakelijk zijn dan in Noord-Brabant (hoge opgave) aangezien het aantal veehouderijbedrijven daar groter is.

Stap 2
De tweede stap is om strategieën te identificeren om regionaal maatwerk mogelijk te maken, aansluitend op de kenmerken van elk bedrijf. In het essay staat beschreven dat doelen met een combinatie van maatregelen kunnen worden gerealiseerd.  Dit kan via relatief eenvoudige aanpassingen in het management van gewassen en dieren (Goede Landbouw Praktijk), via forse systeemaanpassingen op het bedrijf die vaak meerdere jaren vragen ter realisatie of terugverdienen (bijv. omschakelen naar biologische landbouw of emissiearme stallen) en via het verplaatsen of beëindigen van bedrijven op gebiedsniveau.

Stap 3
Ten derde moet dit zo vorm worden gegeven dat de sector ook een duurzaam perspectief krijgt in economisch opzicht. De wetenschappers stellen voor om hierbij gebruik te maken van een normerings- en beprijzingsaanpak, waarmee de emissies van ammoniak en broeikasgassen jaarlijks worden verlaagd. Hiermee kan een goede landbouwpraktijk worden bevorderd om gegarandeerd de doelen te bereiken binnen een gezond financieel bedrijfsmodel. Voor de boer betekent de introductie van emissierechten dat er een extra productiefactor bij komt: er zijn emissierechten nodig om te kunnen produceren. Hiermee krijgen emissies een prijs en stimuleert het innovatie en een duurzame inzet van meststoffen. Borging kan plaatsvinden via monitoring van effecten of via genomen maatregelen op de genoemde KPI’s. Deze indicatoren kunnen worden berekend (op basis van forfaitaire waarden) of worden afgeleid van data uit bedrijfsmanagementsystemen.

Stap 4
Ten vierde is het nodig het verdienmodel van landbouwbedrijven te versterken via gerichte overheidsbetalingen voor groene diensten, grotere bijdragen vanuit ketens en consument, en een algemene bijdrage voor landschaps- en biodiversiteitsbeheer van de burger/belastingbetaler. In het transitieproces is het instrument van de landschapsgrond belangrijk om extensivering van de landbouw te faciliteren; dit vraagt om duidelijkheid om zo de extensiveringsstrategie door landbouwbedrijven te bevorderen. Voor het verdienmodel blijft de realisatie van een adequate toekomstige bedrijfsstructuur (voldoende schaal/landbasis) een sleutelfactor.

Tot slot
Vooruitkijkend zien de wetenschappers perspectief voor de landbouwsector in Nederland. Door per bedrijf productierechten te definiëren voor toelaatbare emissies en bodemoverschotten kan gericht gestuurd worden op het verbeteren van lucht, water, en bodemkwaliteit én een financieel gezonde agrarische sector.

Het volledige essay, dat is geschreven door prof. Wim de Vries (Milieusysteemkunde), dr. Gerard Ros (Milieusysteemkunde), dr. Roel Jongeneel (Agrarische Economie en Plattelandsbeleid) en prof. Martin van Ittersum (Plantaardige Productiesystemen) is te vinden in de bijlage.
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Gerard Ros van Wageningen Research.

Essay Wageningen Research: Gebieds- en bedrijfsgerichte handelingsperspectieven voor een duurzame landbouw in Nederland
Auteur: Nicky Kamminga
Bron: WUR
Publicatie: 20-04-2023