Afschaffen derogatie kent meer nadelen dan voordelen

Afgelopen week is bekend geworden dat de derogatie, de mogelijkheid voor melkveehouders om - onder voorwaarden - een groter deel van hun stikstofgebruiksruimte in te vullen met dierlijke mest, wordt afgeschaft. Wat betekent dit zoal?

Waarom trekt de EU de derogatie in?
De EU vindt dat Nederland niet voldoende doet om de waterkwaliteit te verbeteren. In de periode vanaf de start van derogatie (2006) tot 2019 was de gemiddelde nitraatconcentratie onder gronden van derogatiebedrijven beneden de nitraatnorm van 50 mg nitraat per liter.
Door de droogte in de afgelopen jaren groeide het gras minder snel en was er minder denitrificatie (omzetten van nitraat naar N2 in de bodem). Daardoor stegen de nitraatconcentraties in grond- en oppervlaktewater weer. Voor EU is dat de reden om de derogatie in te trekken.

Wat zijn de gevolgen?
Ten eerste neemt het mestoverschot in Nederland waarschijnlijk toe omdat er minder dierlijke mest kan worden geplaatst. 

Ten tweede gaat een aantal melkveehouders de komende jaren waarschijnlijk grasland deels omzetten in bouwland. Een hectare mais levert namelijk meer eiwitarm veevoer op dan een hectare gras. Met name op uitspoelingsgevoelige gronden, waar mais hoge opbrengsten geeft, zal dat het geval zijn. Omdat een hectare mais minder stikstof opneemt dan een hectare gras, met name in de maanden dat het risico op uitspoeling het hoogste is (najaar en winter), zal de nitraatuitspoeling naar het grondwater toenemen.
Ook kan de omzetting van grasland in bouwland leiden tot minder biodiversiteit op het boerenland.

Maar meer eiwitarm veevoer, als gevolg van de verschuiving van gras- naar bouwland, leidt tot een kleiner stikstofoverschot op veeteeltbedrijven en tot iets lagere ammoniakemissies. Dit laatste is zo omdat ammoniakemissie op grasland hoger is dan op bouwland. Daarom is afschaffen van derogatie wat dat betreft wél een beetje beter voor de Nederlandse natuur.

Ten vierde neemt gebruik van kunstmest licht toe, omdat dierlijke mest op grasland erg goed wordt benut.

Ten vijfde moet er veel meer mest worden getransporteerd vanuit de veehouderij- naar akkerbougebieden. Ook moet een groter deel van de mest in het voorjaar worden gebruikt, waardoor er meer opslagcapaciteit nodig is.

Ten zesde wordt het voor melkveehouders moeilijker om volledig grondgebonden te worden met plaatsing van alle mest op het eigen bedrijf.

De conclusie is dat het afschaffen van derogatie haaks staat op het streven naar kringlooplandbouw (kringlopen sluiten zo dichtbij als mogelijk), waarschijnlijk zorgt voor juist een hogere nitraatbelasting van het grondwater, een lagere CO2-footprint van de melkproductie en hogere kosten voor veehouders.

Auteur: Jan Roefs
Bron: o.a. Wageningen UR https://www.wur.nl/nl/nieuws-wur/show/wat-betekent-einde-derogatie-voor-de-nederlandse-landbouw-en-natuur.htm
Publicatie: 09-09-2022